Aanmelden | Contact
Zoeken

Notulen fabricage: Erfpachtsrecht in het Stek van Roland Larij en zijn zuster Johanna Heitje Larij (2 maart 1903)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 6 (gemeente Dordrecht)
Inventarisnummer: 1690 (notulen fabricage 2-3-1903)

(transcriptie: E. van Dooremalen)


Notulen fabricage: Erfpachtsrecht in het Stek van Roland Larij en zijn zuster Johanna Heitje Larij (2 maart 1903)


NOLTULEN der vergadering van Burgemeester en Wethouders van Dordrecht
afdeeling Fabricage
gehouden den 2 Maart 1903
Tegenwoordig de Burgemeester en Wethouders Jan Hordijk Jacz, G. van Aardenne en Huibert Veth
benevens de Secretaris der Gemeente en de Directeur der Gemeentewerken


3a 1972/1902 R. Larij, 25-7-1902
Verzoekt het kadastrale perceel Sectie G No. 1456 eigendom der gemeente, doch in erfpacht bij Larij te mogen afschutten of bebouwen. Advies hieromtrent met een teekening. Advies inzake het erfpachtsrecht van Lari (met afschrift van een rapport van den Gemeente Archivaris d.d. 4 Mei 1895).
Den Gemeenteraad voorstellen met J.H. en R. Larij eene regeling te treffen als door hem in hunne verklaringen is aangegeven.


(Dordrecht 2/18 maart 1903) No. 624F
Onderwerp: Aankoop erfpachtsrecht grond aan het Stek

Van den heer ROLAND LARIJ en dienst zuster alhier, eigenaren van het huis aan de Steegoversloot no. 46, ontvingen wij onlangs het verzoek om het achter het huis aan het Stek gelegen terrein, bij het kadaster bekend Sectie G. no. 1456, welke terrein met eene roode arceere is aangegeven op de ter inzage gelegde teekening te mogen af schutten en bebouwen. Dit terrein is eigendom der gemeente maar werd in 1690 in erfpacht aan de rechtsvoorgangers van de tegenwoordige eigenaren uitgegeven tegen eene jaarlijksche recognitie van zes gulden.
Bij de beoordeling van hun verzoek werd de aandacht der Bouwcommissie en ons college gevestigd op de wenschelijkheid om het terrein van de gemeente in vollen eigendom terug te verkrijgen ten einde te verhinderen in deze toch reeds dicht bebouwde omgeving nog weder een nieuw gebouw zou worden gesticht
Aangezien evenwel zooals U zal blijken uit het ter inzage gelegd rechtskundig advies het erfpachtsrechts, dat de tegenwoordige eigenaren verwierven tegelijk bij den aankoop van hun huis, niet opzegbaar is hebben wij met hen over den aankoop van hunnen rechts op dat terrein onderhandeld.
Deze onderhandelingen hebben tot overeenstemming geleid
Volgens de regeling welke wij U hierbij in het ontwerp-besluit ter vaststelling aanbieden wordt het erfpachtsrecht aan de gemeente afgestaan voor den door de erfpachters betaalden pagt van ongeveer f 275. Verder zal het terrein, waaraan wordt toegevoegd een strookje gedempte gracht, hetwelk ligt tusschen het terrein het het pand aan de Steegoversloot (DOORGEHAALD: en dat reeds in gebruik is bij den heer Larij)
voor rekening der gemeente worden afgescheiden. Het aldus afgescheiden terrein, vergunt met een voor den publieken dienst niet noodig strookje grond achter de school, zal aan den heer Larij en dienst zuster gedurende 40 jaren ten gebruike worden afgestaan met het
...

(ingekomen 25-7-1902) Aan Burgemeester en Wethouders der Gemeente Dordrecht
Ed Achtb. heeren
De ondergeteekende R. Lärij kunstschilder mede eigenaar van het
huis No. 46 Steegoversloot waarachter het perceel grond in erfpacht aan
het Stek alhier Kad. Sect. G No. 1456 groot 2 Are 50 c.s. wenschende hetzelve te
bebouwen of af te schutten ten einde het woonhuis (toekomstig atelier)
te beveiligen voor de baldadige vernieling door straatjeugd en anderen
vraagt door dezen de medewerking van het gemeentebestuur om
op die wijze een veiliger toestand te verkrijgen voor zijn eigendom
en die van omliggende bewoners.
Genegen zijnde zoo noodig een straatgrond aftestaan voor brandgang, blijft met de meeste hoogachting
UED Achtb. Dw. Dnr. Roland Lärij
Dordrecht 25 Juli

(DIRECTIE DER GEMEENTEWERKEN)
Dordrecht, den 22st Augustus 1902
Onderwerp: Afschutting van in erfpacht uitgegeven grond aan het Stek

Onder terugzending van het bij apostille van den 26ste Juli 1902 no. 1972/425 ion
mijne handen gesteld adres van ROLAND LARIJ alhier, waarbij de medewerking wordt gevraagd tot het beveiliging tegen baldadige vernieling door straatjeugd en anderen aan het
woonhuis (toekomstig atelier) staande op het bij hem in erfpacht uitgegeven terrein, gelegen aan het Stek alhier
kadastraal bekend onder no. 1456 van Sectie G, groot 2 Are, 50 centiare.
heb ik de eer Uw College te berichten
dat uit inzage van de door den Gemeente Archivaris ter beschiking gestelde stukken blijkt
dat in de overdracht van Ph.M. Balen c.s. aan Joh.M. Boon, wed. C.W. Stronck o.m. wordt omschreven:
Benevens alle rechten van gebruik, betimmering, omheining en hoe verder ook genoemd welke de verkopers praedecesseurs hebben bezeten en zij verkoopers zelve bezitters op een bij het verkochte huis, tuin en erf behoorende achter hetzelfde gelegen en door de stadsgracht van hezelfde gescheiden open erf, uitkomende aan een gedeelte van het Stek en wel dat gedeelte, hetwelk kadastraal bekend is ten name van de stad Dordrecht in Sectie G no. 1283 als erf grond 16 Are en 60 centiare voor het geheele welk open erf ter breedte van gemelden tuin en ter lengte van de heining vand den tuin van Jhr. van den Santheuvel, sedert het haar 1690 door opvolgende eigenaars van geoemd huis is bezeten tegen eene jaarlijksche recognitie van f6 verschenen den 26ste November vroeger aan de schutterij van St. Joris Doelen thans aan de Gemeente Dordrecht (3 December 1856 ingeschreven ten Hypotheek kantore dagregister deel 12 no. 1458 deel 147 no. 29).
Vervolgens is Ds. Stronck door erfenis eigenaar geworden.
Het oorspronkelijke perceel Sectue G. no. 1283 bevatte ook andere gedeelten van het Stek en is later gesplitst waarbij het door den heer Stronck in erfpacht begrepen gedeelte is geworden Sectie G no. 1456 groot 2 Are en 50 centiaren.
bekend als eigenaar de Gemeente Dordrecht en in erfpacht bij den heer Stronck.
Vervolgens maak ik Uw College opmerkzaam op de beide verschillende redactien: recnt van gebruik en erfpacht.
Gelijk uit de stukken blijkt is het erf gescheiden van het door adressant in te richten atelier door de vroegere stadsgracht, thans openbare weg, zoodat door adressant toch niet het doel bereikt zoude worden, tenzij hij dat perceel openbare weg in huur van de gemeente verkrijgen kon.
Bij afsluiting van het perveel Sectue G no. 1456 blijft tusschen genoemd perceel en no. 1696 slechts een doorgang van zeer geringe breedte was (vergelijk Raadsverslag no. 20 en 21 van het jaar 1870).
De toegang tot de perceelen, uitkomende op de thans gedempte gracht, zoude dus van de zijde van het Stek voor voertuigen worden afgesloten.
Het is mij onbekend hoever de rechten van
deze eigenaars der bovengenoemde perceelen die vroeger met voetbruggen over de toenmalige stadsgracht uitgang hadden, hierdoor zouden worden aangetast.
Op grond van bovenstaand wil het mij voorkomen, dat de in het adres gevraagde medewerking niet zal kunnen worden geweigerd en dat eerst nadat eventueele rechten van de eigenaars der andere perceelen bekend zijn, zal kunnen worden nagegaan op welke wijze de Gemeente tegenover hen eventueele verplichtingen zal kunnen nakomen.
De Directeur der Gemeentewerken, v. Ruijven;

(ingekomen 22 Oct 1902)
Aan Burgemeester & Wethouders der gemeente DORDRECHT.
Edel Achtbare Heeren.
In myne handen wordt door Uw College gesteld eene missive van den heer LARY te Dordrecht
met bybehoorende stukken, met opdracht om na te gaan welke de rechten zyn der gemeente op het perceel grond
aan het Stek te Dordrecht (kadastraal Sectie G.No. 1456) en speciaal of de gemeente gerechtigd is om door opzeggging de volledige beschikking over dit perceel grond te herkrygen.
Uit het rapport door den Heer Archivaris Uwe gemeente op 4 Mei 1895 uitgebracht blykt dat
het bewuste perceel in 1690 tot den St. Jorisdoele behoorde en op 20 November van dat jaar is uitgegeven aan de wed.e Hendrik Franken, rechts-voorgangster van de heeren Lary c.s. tegen eene jaarlyksche recognitie van zes gulden.
Uit gemeld rapport blykt wyders hoe de Gemeente in 1810 in de rechten van den St. Jorisdoele is getreden en hoe sedert dien tyd eenerzyds de recognitie door de gemeente is ontvangen, maar anderzyds door de gemeente ook de rechte van de toenmalige eigenaren van het huis Steegoversloot No. 46 op het bewuste perceel zyn erkend.
De oorspronkelijke akte van uitgofte van de 26 November 1690 is nu gegeven op een request van de Wed. Franken, waarby deze de daarby omschreven grond vraagt tot haar vry gebruick zulks naar het exempel van den heer Burgemeester STOOP alsmede de Wed.e Plucke en Adriaan Schepper. tTen einde nu na te gaan welke het karakter der uitgifte is van het betrekkelijk perceel moeten wy nagaan op welke wyze den grond destyds door de St. Jorisdoele b.v. een Burgemeester Stoop is uitgegeven.
Immers het verzoek aan de wede. FRANKEN is naar die exempel gedaan en by de beschikking op dit verzoek wordt van het exempel niet afgeweken.
Ik wendde my tot den heer Archivaris met verzoek om na te gaan of deze diverse acten van uitgifte van de St. Jorisdoele in Uw archief te vinden zyn. Dit bleek niet eht geval te zyn. Wel bezorgde de archivaris my een afschrift van bedoelde akte van uitgofte aan den heer STOOP, welke in het archief van het huis Doelensteyn (thans Industrieschool) aanwezig is en waarvan een afschrift hierby gaat.
Uit deze akte blykt dat de St. Jorisdoele den heer STOOP en deszelfs erfgenamen het erf achter zyn huis hebben vergund op een 'schaftgeld ofte erfpacht'.
Noch in de uitgifte aan den heer Stoop, noch in de uitgifte aan de Wed.e Franken staat vermeld het recht van opzegging of den tyd, waarvoor de erfpacht is verleend.
Waarschynlijk zullen de acten van uitgifte van Plucke en schepper, wel geene andere bepalingen bevatten.
het recht van de Heeren Lary c.s. op het betrekkelyk perceel moet m.i. derhalve beschouwd worden als een erfpachtsrecht, verleend in het jaar 1690, zonder dat by de akte van vestiging eenige tydsbepaling of opzegbaarheid is bedongen.
Op een dergelyk recht zyn intusschen niet toepasselyk de bepalingen van ons Burgerlyk Wetboek, speciaal aertikel 783 B.W. gelyk de heer Archivaris in zyn rapport van 13 December 1900 over de erfpachten en recognietien uwer gemeente, schynt te meenen en uit welke bepalingen hy tot de opzegbaarheid der erfpacht concludeert.
Dit volgt is de eerste plaats uit de artikelen 1 en 3 der wet van 16 Mei 1829 Stbl. No. 29 op de overgang van de vroegere tot de nieuwe wetgeving en is bovendien byn de beraadslagingen over de vaststelling van ons burgerlyk wetboek door de regeering nog uitdrukkelyk bevestigd (verg. Voorduin deel 3 blad. 513).
De erfpacht van de heeren LARY c.s. wordt dus geregeerd door de bepalingen van ons oud-vaderlandsch recht.
Volgens dit recht nu is erfpacht wanneer niets anders bedongen is eeuwigdurend en niet opzegbaar.
Vergelyk b.v. van Leeuwen Roomsch. Hool. recht, boek 2 deel 10 hoofdstuk 38 "Erfpachtsrecht us een erfelyk, onversterfelyk recht en de uitgifte eeuwig en erfelyk".
Huber, Hedendaagsche rechtsgeleerdheid Boek 2 hoofdstuk 38.
Wy moeten dus aannemen, dat een erfpachtsrecht zonder een andere bepaling omtrent duur op opzegbaarheid onder vigeur van het Oud-Hollandsch recht verleend eeuwigdurend is en dit eeuwigdurend karakter door de latere wetgeving niet heeft verloren.
De gemeente heeft derhalve naar myn oordeel geen recht om de erfpacht van de heeren LARY c.s. op te zeggen en kan zoolang de heeren LARY c.s. de recognitie betalen op het betrokken perceel geen rechten doen gelden.
Intusschen wensch ik de aandacht van uw college nog te vestigen op de omstandigheid dat de oude stadsgracht thans gedempt - niet onder de uitgifte van erfpacht is begrepen, zoodat de gemeente over dit gedeelte oude stadsgracht de volle beschikking heeft behouden en de heer Lary c.s. daarop zonder vergunning van Uw bestuur het door hen beoogde doel niet zullen kunnen bereiken.
DORDRECHT, 21 October 1902
J. Salomonson, advocaat.

Aan heeren Burgemeester en Wethouders der gemeente Dordrecht
(Dordrecht, den 4 Mei 1895)
Onderwerp: Rechten van den heer Stronck op een gedeelte van het Stek.

In antwoord op de mij gedane opdracht heb ik de eer U het volgende te melden:
Het stadsgedeelte bekend als het Stek werd door de gemeente aan de schutterij gegeven voor het houden van hunnen schietoefeningen en speciaal aan de Sint Joris schutterij een strook grond, evenwijdig aan het Steegoversloot, aan deze zijde begrens door de slot, nog aangegeven op de hierbijgevoegde teekening (Bijlage II) en aan de kant van de Marienbornstraat begrensd door de terreinen van den Kloveniersdoelen (De grens tusschen de gronden van sint Joris en van de Kloveniers is op Bijlage II door een potloodlijn aangegeven). De erven van de eigenaren van de huizen aan het Steegoversloot werden door de reeds genoemde sloot begrensd en sloten hier dus aan bij de terreinen van de sint Joris schutterij.
Deze terreinen waren grooter als voor de schietoefeningen vereischt was, waardoor het bestuur der schutterij geen bezwaar maakte om aan eenige particulieren, eigenaars van huizen aan het Steegoversloot op hun verzoek een gedeelte van hun terrein in erfpacht te geven tegen eene jaarlijksche recognitie en tot wederopzeggens.
Dit geschiedde o.a. ten behoeve van den burgemeester Stoop en de H.H. Plucke en A. Schepper en werd in 1690 volgens Bijlage I verzocht en verkregen door Geertruij van der Hult weduwe van den heer Hendrick Francken.
In het verzoek noch in het toestemmend antwoord wordt het recht op den grond nader omschreven doch daar verzocht wordt den grond te verlenen en naar he exempel van de vroegeren uitgifte kan hier niet anders bedoeld zijn dan de uitgofte in erfpacht daar die de aard was van de vroegere uitgiften.
De grootte wordt voldoende omschreven, n.l. de breedte van het huis en de diepte van den tuin van burgemeester Stoop, nu. Mr. A.C. Crena de Iongh.
Tengevolge van de vage omschrijving bij de uitgifte schijnende latere eigenaren zelf niet juist geweten te hebben, welke rechten zij bezaten, althans in de overdracht van Philipp en Marie Balen c.s.a an Johanna Martina Boon, weduwe C.W. Stronck wordt dit omschreven als:
Benevens alle de regten van gebruik betimmering, omheining en hoe verder ook genaamd, welke de verkoopers praedecesseurs hebben bezeten en zij verkoopers zelve bezitten, op een bij het verkochte huis, tuin en erf behoorend, achter hetzelve gelegen en door de .... etc.

De archivaris der gemeente Dordrecht (get) J.C. Overvoorde;


(6-2-1903) De ondergeteekenden J.H. Larij en R. Larij verklaren zich hiermede bereid aan de gemeente Dordrecht afstand te doen van hunnen rechten op het terrein, gemerkt kad. Sectie G N. 1456 groot 2 A 50 ca onder de navolgende voorwaarden:
1e. dat de Gemeente dit terrein en het tusschen dit terrein en hun erf gelegen terrein als mede de straat langs den zijgevel der Gymnastiekschool zal afscheiden aan de zijde van het Stek en aan de oostzijde
2e. dat de Gemeente hun zal vergoeden het bedrag van f 275
3e. dat in beide afscheidingen een uitgang zal gemaakt worden warvan het gebruik hun en hunne rechtsverkrijgenden ten eeuwige dage zal worden toegestaan.
4e. dat van dit afgesloten terrein hun het alleen gebruik zal worden toegestaan met recht van beplanting.
5e. dat achter het Gymnastiekgebouw een oppervlakte grond gelijk op de teekening aangegeven word in gebruik gegeven voor het plaatsen van een loodsje tot berging voor welk gebruik alsmede over het gebruik van het geheele terrein zij bereid zijn de jaarlijksche recognitie te betalen, die zij thans betalen
6e. dat op het terrein gevestigd wordt een servituut van nietbebouwen gedurende vijftig jaren gedurende welke tijd de overige bepalingen van kracht blijven.
J.H. Larij, Roeland Larij
Dordrecht 1 Februari 1903.

Aan Burgemeester en Wethouders der Gemeente Dordrecht
Edel Achtb. heeren
Hiermede verklaren ondergetekenden zich te vereenigen met de beide in Uw schrijven van 21 Februari l.l. voorgestelde wijzigingen wanneer tenminste (in de onder 3 vermelde voorwaarde) met de uitdrukking 'ten alle tijde' bedoeld wordt ook den tijd na verloop der 40 jaren, welke termijn voor de overige voorwaarden geldt.
Met de meeste hoogachting
Uw Ed. Achtb. Ds.D.
R. Läry(!), J.H. Läry(!).
Dordrecht 27 Februari 1903.


(Den Heer R. Larij schilder te Dordrecht)
(terrein Stek) Dordrecht 21 Februari 1903
Met de door U en Uwe zuster voorgestelde regeling ten aanzien van het terrein kadastraal bekend Sectie G no. 1456 aan het Stek, zooals die regeling is opgenomen in de door de beiden onder dagteekening van 1 Februari 1903 ingezonden geregelde verklaring, kunnen wij ons in hoofdzaak wel verenigingen.
Den termijn van vijftig jaaren zagen wij evenwel gaarne terug gebracht tot veertig jaren, waartegen naar wij ons vleien, bij U wel geen bezwaar zal bestaan.
Wij veronderstellen dat door U met de onder 3 vermelde voorwaarde bedoeld wordt, dat aan Uw huis aan de Steegoversloot ten allen tijde een achteruitgang werde verzekerd, welke te bereiken moet zijn met paard en rijtuig. Wij stellen U daarom over de reactie van die voorwaarde aldus te lezen.
3e: dat aan het perceel kadastraal bekend gemeente Dordrecht Sectie G no. 354 ten allen tijde door de gemeente Dordrecht een achteruitgang werde verzekerd, welke bereikbaar moet zijn met paard en rijtuig.
Wanneer wij Uw van uw een mede door uw zuster onderteekend schrijven ontvangen, waarin gij U verklaart te vereenigen met de beide in dit schrijven voorgestelde wijzigingen zal tusschen U en ons de vereischte overeenstemming zij verkregen en zullen wij den gemeenteraad voorstellen de tusschen U en ons gesloten voorloopige overeenkomst goed te keuren.
B. en W.


Bijlage Nr. 18
Nr. 624F
Onderwerp: Aankoop erfpachtsrecht grond aan het Stek.
Dordrecht, 2/18 Maart 1903
Van den heer Roeland Larij en diens zuster alhier, eigenaren van het huis aan
de Steegoversloot Nr. 46, ontvingen wij onalngs het verzoek, om het achter dat huis
aan het Stek gelegen terrein, bij het kadaster bekend Sectie G Nr. 1456, welk
terrein met een roode arcure is aangegeven op de ter inzage gelegde teekening, te
mogen afschutten en bebouwen. Dit terrein is eigendom der gemeente, maar werd in
1690 in erfpacht aan de rechtsvoorgangers van de tegenwoordige eigenaren uitgegeven,
tegen eene jaarlijksche recognitie van zes gulden.
Bij de beoordeeling van hun verzoek werd de aandacht der Bouwcommissie
en ons colege gevestigd op de wenschelijkheid om het terrein voor de gemeente in
vollen eigendom terug te verkrijgen, ten einde te verhinderen, dat in deze toch reeds
dicht bebouwde omgeving, nog weder een nieuw gebouw zou worden gesticht.
aangezien evenwel, zooals U zal blijken ....
Burgemeester en Wethouders van Dordrecht,
A.R. Zimmerman, Burgemeester
D. van Houten Jzn, Secretaris

hiervoor omschreven huis te leggen in en met blinde erkers te verbinden met den zijmuur van het daarneven .... Sectie G357 en zulks onder de volgende voorwaarden.
Alle schade welke aan den muur zoowel bij aanvankelijk inbrengen als door voortdurend bestaan is den muur veroorzaakt wordt moeten ten koste ....

De RAAD der gemeente Dordrecht:
Gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 2/18 1903 Nr. 624F;
BESLUIT:
onder voorbehoud van de goedkeuring der gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
van den heer Roland Larij, kunstschilder en Mejuffrouw Johanna Heiltje Larij, zonder beroep,
beiden wonende te Dordrecht, te koopen het recht van erfpacht op het kadastrale perceel dezer gemeente
Sectie G, Nr. 1456, onder de volgende voorwaarden:
1e. de gemeente Dordrecht betaalt aan de verkoopers een koopprijs van f 275,-;
2e. aan het perceel gelegen aan de Steegoversloot Nr. 46, wordt door de gemeente Dordrecht ten allen tijden een achteruitgang verzekerd, welke bereikbaar moet zijn met paard en rijtuig;
3e. voor rekening der gemeente Dordrecht wordt het terrein, op de bij dit besluit behoorende teekening met eene roode acure aangegeven, van den openbare weg afgescheiden;
4e. dat sub. 3e bedoelde terrein wordt met ingang van 1 April 1903 aan de verkoopers verhuurd voor den tijd van veertig jaren tegen een huurprijs van f 6 per jaar;
5e. de verkoopers ontvangen het recht om op het terrein een kleine bergplaats op te richten alsmede om het terrein te beplanten, zullende overigens het terrein niet mogen worden bebouwd.
en overigen onder de bij de ter uitvoering van dit besluit op te maken akte door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedingen.

Laatst gewijzigd: november 2019.