Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht - nieuwe Joodse Begraafplaats aan de Nieuweweg (Achterweg) 1871-1981


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 345 Nederlandse Israëlitische Gemeente te Dordrecht
Inventarisnummer: 42 (inventarisatie van de aanwezig grafstenen omstreeks 1979)

NB. foto's van alle grafstenen op: http://www.stenenarchief.nl/phpr/nik/stenen_archief_all/login.php


brieven 1979


- (brief 26-3-1979)
Openbare Werken en Stadsontwikkeling Dordrecht.
AAN het College van Burgemeester en Wethouders van Dordrecht.
Uw brief van: 25 mei 1978, 18 januari 1979
Onderwerp: Israëlitische begraafplaats
Datum: 26 maart 1979

Geacht college,
Nar aanleiding van de mij onder bovenvermelde nummers om advies toegezonden kopiebrieven van resp. Ned. Israëlitische Gemeente te Dordrecht, d.d. 22 mei 1978 alsmede van het Nederlandse Israëlitische Kerkgenootschap d.d. 16 januari 1979, deel ik u het volgende mede.

Reeds in 1949 heeft de Nederlandse Israëlitische Gemeente te Dordrecht u verzocht het onderhoud van de Joodse Begraafplaats door de gemeente Dordrecht over te nemen. Uw college heeft zich indertijd, zij het tegen een geringe vergoeding, hiertoe bereid verklaard. Bij nader inzien heeft de Nederlandse Israëlitische Gemeente hiervan toch afgezien, omdat degene die het onderhoud uitvoerde dit nog enige tijd wilde waarnemen. Deze man kan dit nu echter door zijn hoge leeftijd niet meer opbrengen, vandaar dat het onderhoudsprobleem weer actueel is geworden.

Een ander aspect is dat de Israëlitische Gemeenschap te Dordrecht en omstreken steeds kleiner wordt (momenteel nog 7 gezinnen totaal 28 personen), waardioor de financiële lasten niet meer kunnen worden opgebracht. Naar aanleiding van genoemde correspondentie en eerdere gesprekken heeft op. 15 maart j.l. een onderhoud plaatsgevonden tussen de heer E.C. Keyzer, inspecteur voor de Joodse Begraafplaatsen van het Nederland Israëlitische Kerkgenootschap te Amsterdam, de heer R. Waaker, voorzitter van de Nederlands Israëlitische Gemeente te Dordrecht en de heren Costerus en Egbers van mijn dienst.

In dit gesprek is naar voren gekomen dat de begraafplaats in eigendom en beheer bij de Nederlandse Israëlitische Gemeente te Dordrecht blijft.
Na opheffing van deze gemeente, hetgeen binnen afzienbare tijd is te verwachten, zal deze in eigendom overgaan naar het Nederlandse Israëlitische Kerkgenootschap te Amsterdam. Overigens mag een Joodse Begraafplaats niet gesloten worden, d.w.z. dat na een bepaalde periode de gehele begraafplaats geruimd zou kunnen worden.
Indien om dwingende redenen de begraafplaats zou moeten verdwijnen moet alles naar een andere Joodse begraafplaats worden overgebracht hetgeen een zeer kostbare aangelegenheid zal worden.

Het verzoek is dan ook om het onderhoud voor onbepaalde tijd aan de gemeente Dordrecht over te dragen. De eisen die men aan het zg. dagelijks onderhoud stel, zijn zeer beperkt. Het betreft hier het vrijwaren voor verwildering hetgeen wil zeggen voor de Dordtse situatie:
1. enige keren per jaar maaien van het gras,
2. onkruid- en bladvrijhouden van de grindpaden
3. knippen van de beukenhaag
4. verwijderen van bloemen op de graven en het onkruidvrij houden van de stroken waarin de stenen staan.
ofschoon het niet wordt verlangd, wordt enig onderhoud van de +- 250 stenen, zoals rechtzetten, op hoge prijs gesteld.

Het bouwwerkje verkeert in goede staat en is recent, zowel binnen als buiten opgeknapt. Dit zal echter in beheer en onderhoud bij de Israëlitische Gemeenschap blijven.
Wat meer zorgen geeft de toegang, doch gezien het zeer geringe gebruik acht men opknappen niet noodzakeleijk.
Enig herstelwerk is echter wel noodzakelijk, omdat stenen en verhardingsmateriaal in het water dreigen te komen.

De totale kosten van het zg. dagelijks onderhoud exclusief onderhoud stenen zullen raming +- f 4.000 per jaar bedragen. Aangezien deze werkzaamheden door het personeel van de Algemene Begraafplaats zullen worden uitgevoerd, stel il mij voor deze kosten ook ten laste van de Algemene Begraafplaats te brengen.
Aangezien dit binnen de bestaande activiteiten door de vaste bezetting van de begraafplaats moet worden gerealiseerd, is kredietaanpassing niet noodzakelijk.

Ik adviseur u de Nederlandse Israëlitische Gemeenschap te Dordrecht en het Nederlands Israëlitische Kerkgnbootschap te Amsterdam te berichten dat u bereid bent het zg. dagelijks onderhoud van de Joodse Begraafplaats te Dordrecht met ingang van 1979 voor onbepaalde tijd door en voor rekening van de gemeente Dordrecht uit te voeren.
In verband met het naderende groeiseizoen verzoek ik uw college hierover op zo kort mogelijke termijm te beslissen. De eventuele contacten en nadere afspraken kunnen rechtstreeks worden onderhouden met de afdeling Beheer en Onderhoud Beplantingen van mijn dienst.
Hoogachtend, DE DIRECTEUR
(ing. H. Costerus, adj. dir.)

- (brief 22-5-1979)
GEMEENTE DORDRECHT.
AAN het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, Van der Boechorststraat 26 1081 BT Amsterdam
Uw brief: 16 januari 1979
Datum: 22 mei 1979
Onderwerp: onderhoud Joods begraafplaats Achterweg

In antwoord op uw hierboven aangehaalde brief delek wij u mede, dat wij de raad zullen voorstellen het zgn. dagelijks onderhoud van de Joodse begraafplaats over te nemen. Dit onderhoud zal worden verzorgd door de afdeling beheer en onderhoud beplantingen van de dienst Openbare Werken en Stadsontwikkeling.

Het onderhoud zal bestaan uit het enige keren per jaar maaien van het gras, het onkruid- het bladvrijhouden van de grindpaden, het knippen van de beukenhaag, het verwijderen van bloemen op de graven en het onkruidvrijhouden van de stroken waarin de stenen staan.
Daarnaast zal successievelijk het rechtzetten van de stenen (niet de reparatie) ter hand worden genomen.

Een afschrift van deze brief zenden wij aan het bestuurd van de Nederlands-Israëlitisch Gemeente, Vrieseplein 17, 3311 NK DORDRECHT.
Burgemeester en Wethouders van Dordrecht.

- (brief 28-9-1979)
(afschrift aan: Burgemeester en Wethouders van Dordrecht)
PROVINCIAAL BESTUUR VAN ZUID-HOLLAND. Aan B.V. Tuincentrum voorheen L. den Hartog & Zn p/a Reeweg Oost 177 te Dordrecht
's-Gravenhage 4 september 1979.
Verzonden 28.9.1969
Onderwerp: herinrichting tuincentrum (te bouwen kas) binnen de verboden adstand tot de Israelitische begraafplaats te Dordrecht

Onder verwijzing naar het door u ingediende verzoek d.d. 15 november 1978, verlenen wij u bij deze verlof, als bedoeld in artikel 16, vier lid, van de Wet op de lijkbezorging tot de bovenvermelde herinrichting van het tuincentrum door en nieuw te bouwen kas volgens bijgevoegde tekening. Wij merken nog op dat de inspecteur van de volksgezondheid voor de hygiëne van het milieu in Zuid-Holland in zijn advies d.d. 5 juni 1979, kenmerk 137/3.13.4/sz, heeft bericht, dat plantaardige afvalstoffen op het terrein van het tuincentrum dicht bij de haag die de begraafplaats begrenst plegen te worden verbrand. Met hem zijn wij van mening dat zulks hier niet behoort plaats te vinden. Er dient dus, zo menen wj, op te worden toegezien dat de vernietingf van dergelijk afvalstoffen dusdanig geschiedt, dat er geen schade wordt aangericht aan de begranzing van de begraafplaats. Gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
(get.) M. Vrolijk, voorzitter (get.) J. de Vries, griffier.

Laatst gewijzigd: december 2014