Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: akten stads krankzinnig- en beterhuis ('het Blauwhuis') 1761-1786


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 22 Geneeskundig gesticht voor krankzinnigen, voorheen het Stads krankzinnig- en beterhuis geheten
Inventarisnummer: 483 1761-1786 (Akten waarbij door de daartoe bevoegde autoriteiten machtiging wordt verleend tot het opsluiten, het verlengen van de opsluiting of het ontslaan van patiënten)

(titel stapel 1) 1e Pacquet - Appoinctementen en Resolutien van Confinement van binnen de Stad lopende van 1763 tot 1794 incl. voor het Krankzinnig en beterhuis.


17-01-1769 Willem van der Koogh getr. met Maaijke Weeda (ontslagen)


(Hoeufft) Aan den Edele groot Agtbaare Gerechte en Kaamere Juditieel der Stat Dordrecht.
Geeft met alle ondrdanigheid te kennen Maaijke Weeda huisvrouw van Willem van der Koogh, wonende alhier.
Dat haar Supplts. voorn: man opden 28 Januarij van dezen Jaaere 1767 op haar Suppl,ts. versoek bij appionctemente is geconfineert gewerden in 't Stats Kranksinnig of verbeterhuijs binnen dese Stad voor den tijd van twee Jaaeren.
dat gemelde tijd op den 28e Januarij deses Jaars 1769 staat te Expireren. Sij Suppl.te schoon groote swarigheids daarin makende, egter op sijn aenhoudent versoek en sterke beloft van beterschap Sig niet kan ontrecken haar te addresseren nader aan UeEd groot Agtb. ootmoedig versoekden UeEd groot agtb. denzelve haar Suppl.tes man met 't Expirweren van voorz. tijd uit zijn confinement gelieve te ontslaen.
Twelk doendeMaaijke Weeda, Anthonij Bax

De Kamere alvorens te disponeren stelt den req.te in handen van de Heere Regenten van 't Stads krankzinnig en beterhuis binnen deze Stad, omme Hun Ed: Gr: Achtb: te dienen van berugt Consideratie en advis op ;t versoek in deze gedaen. Actum Dordt 10 Januarij 1769 Ps. Hoeufft.

Edele groot Achtbaere Heeren
ter obedientie en voldoeninge aen den appoinctemente van UEd: Gr. achtb: van dato den 10e Januarij 1769 op de Requeste van Maaijke Weda Huijsvrouw van Willem van der Koog versoekende om redenen daerbij gemeldt dat haeren voorn. Man met het Expireren der twee Jaeren welken denzelven op den 28e Januarij 2768 in ons Godshuijs zal zijn geconfineert geweest uijt 't zelve zijn Confinement mag worden ontslaegen soo hebben wij den Eer UEd: Gr: Achtb: bij desen te berigten dat gemelde haer Supplt. Man gedurende het voorz. zijn Confinement zig zeer wel heefft gecompareert, soodat wij reden hebben om t ehopen in gevallen denzelven uijt zijn confinement wierd ontslaegen dat hij zig bij continuatie wel zouwde blijven comparteren weshalven het wij ondeer preventie van oordeel zouden zijn, dat uEd: Gr: achtb. het verzoek van de Supplt.e zoude kunnen en mogen accorderen ons niet te min refererenden ter dispositie van uEd: Gr: achtb: waermede vertrouwende aen het gerequireerde van UEd: Gr: Achtb: voldaen te hebben beveelen wij UEd: Gr: achtb: aen Gods Protexie en Blijven Edele Groot achtbaeren Heeren
Dordregt den 14 Januarij 1769
De Regenten van 't stads Krankzinnig en Beterhuijs. Ter ordonnatie van deselve als Rentmeester C: Brender à Brandis.

De Kamere stelt deze Requeste in handen aan de Heeren de Back en Rees Schepenen dezer Stad, omme denzelven nader te Examineren, en Hun Ed: Gr: Agtb: te dienen van Hunn Ed: Consideratien en advis. Actum den 17:e Januarij 1769. Ps. Hoeufft.

De Kamere gehoort hebbende 't rapport van Heeren Commissarissen, mitsgrs: gezien 't berigt van Heeren Regenten van 't Stads krankzinnig en beterhuis dezer Stad, accoordeert de Suppliante haar versoek, onslaat haar Supliants man Willem vander Koog op den 28e Januarij dezes jaars 1769 uit zijn Confinement. Actum Dordt den 17 Januarij 1769. Ps. Hoeufft.

[VOORKANT] Request Maaijke Weeda huisvrouw van Willem van der Koog, Suppplte.
Geregistreerdt
In handen van Hr. regenten van 't Stadskrankzinnig en beterhuis 10e Janu. 1769
In handen van Heeren commiss.n De Back en Rees 17: do
Fiat ut petitur 17: do
Solvit f 4:4:- + 1:16:0 = f 6:-:- door den Nots. van der Horst.
1 comp.:

Laatst gewijzigd: januari-februari-maart 2015 / december 2016.