Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: akten stads krankzinnig- en beterhuis ('het Blauwhuis') 1761-1786


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 22 Geneeskundig gesticht voor krankzinnigen, voorheen het Stads krankzinnig- en beterhuis geheten
Inventarisnummer: 483 1761-1786 (Akten waarbij door de daartoe bevoegde autoriteiten machtiging wordt verleend tot het opsluiten, het verlengen van de opsluiting of het ontslaan van patiënten)

(titel stapel 1) 1e Pacquet - Appoinctementen en Resolutien van Confinement van binnen de Stad lopende van 1763 tot 1794 incl. voor het Krankzinnig en beterhuis.


05-03-1778 Willem Pietersz van Gilst, ontslag uit het beterhuis


Aande Edele Agtbare Heeren Schout en Schepenen der heerlijkheid Ridderkerk.
Geeft Reverentelijk te kennen Ariaantje Willemsdr: Plasier, Huijsvrouw van Willem Pietersz: van Gilst, UEd: Achtb. inwoonderesse Dat uEd. Achtb. op de Supplicatie van de Suppl. bij Appoinctemente in dato 15 September 1777, haar Suppl. hadde geauthoriseert en gequalificeerd, omme haare voorn. Man Willem Pietersz: van Gilst te Rotterdam, Dordregt off naar de gelegentheid bequaamst zoude opdoen in een verbeterd off tugthuijs te mogen Confineren en voorts omme in thusschen het bewind van den gemeene boedel met Communicatie van har gem. Mans vader Pieter van Gilst, waar te nemen;
dat de gelegentheid zig te Dordregt opgedaan hebbende, den voorz. Willem Pietersz: van Gilst aldaar ook dadelijk in 't Verbeterd off tugthuijs is geconfineert geworden, en wel met dat gewenst effect, dat denselven zeedert eenige tijd, zijn wangedrag bespeurende daat over, zoo in mondelinge gesprekken als bij brieffwisseling, zijn berouw heeft betoond gehad, onder de sterkste beloften de vaste versekeringe om in t vervolg zig zoodanig te zulle gedragen, als een braaff vader des huijsgezin betaamd en schuldig is.
En nadien de Supplt. oordeelt dat gem.: haare Man, onder nakoning sijner bovengem: beloften en versekeringen ten uitterste in zijn beroep word gerequireert; Zoo keere zij zig andermaal tot UEd: Achtb. met vorige reverentie verzoekende, dat uEd. Achtb. het appoinctement in dato 15 September 1777 bij uEd. Achtb. verleend, gelieven op te heffen en buijten effect te Stellen en voorts accorderen dat den meergem: Willem Pietersz: van Gilst uit het Confinement worden ontslagen, en daar van te verleenen appoinctement in forma. tWelk doende &a. Ariaantije Pleijsier
Ik ondergetekende Pieter van Gilst, Vader van den ter requeste gem: Willem Pietersz: van Gilst, Confirmeren mij met de middelen van bovenstaande Requeste en consenteren dat het versoek tot dispositijff gedaan worden geaccordeert. Getekend den 4e Maart 1778 P:V:Gilst.
+
Schout en Schepenen der Heerlijkheid Ridderkerk, gesien en geexamineert hebbende den nevenstaande Requeste als meede het declaratoir van Pieter van Gilst, onder de voorz: Requeste gesteld, en gelet hebbende op het versoek daar bij gedaan, accorderen het selve versoek, heffen mitsdien op en stellen buijten effect het appoinctement in dato 15 September 1777, bij hun Ed.e Agtb. aan de Suppl. verleend, en accorderen voorts dat den ter Requeste gem. Willem Pietersz: van Gilst uit het Confinement worde ontslagen.
Actum in het Regthuijs van Ridderkerk van 5 Maart 1778. In kennisse van mij Verhoef.

Laatst gewijzigd: januari-februari-maart 2015 / december 2016.