Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: akten stads krankzinnig- en beterhuis ('het Blauwhuis') 1761-1786


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 22 Geneeskundig gesticht voor krankzinnigen, voorheen het Stads krankzinnig- en beterhuis geheten
Inventarisnummer: 483 1761-1786 (Akten waarbij door de daartoe bevoegde autoriteiten machtiging wordt verleend tot het opsluiten, het verlengen van de opsluiting of het ontslaan van patiënten)

(titel stapel 1) 1e Pacquet - Appoinctementen en Resolutien van Confinement van binnen de Stad lopende van 1763 tot 1794 incl. voor het Krankzinnig en beterhuis.


22-03-1782 Goossen Verploegh


(Copia) Aan den Hoog Wel Geboren Heer Jan Walraven Baron de Cocq van Haeften Amptman van Boemel Tielre en Boemelrewaerden & & &
Hoog Wel Geboore Heer.
Christiaan en Gerrit Verploegh administrerende voogden over de Persoon en Goederen van haaren onsinnigen Broeder Goossen Verploegh mitsgaders Jan Verploegh, toesiender voogd en mede-administrateur

over denselven geeven met Schuldig respect te kennen.
Dat het Gerigt van Tuijl op Requeste van de Supplianten heeft verklaard den Persoon van Goossen Verploegh voornoemd voor onsinnig en onnosel en aan de Supplianten voor soo verre hun Edelen en Waerde beleeft, gepermitteert om denselven, met voorkennis en consent van Uw Hoog Wel Geboore als Amptman overtebrengen te doen bewaaren en Opsluijten in een versekerde Plaats, off Huijs tot bewaaring van kranksinnigen gedestineert.
Als met meederen te verneemen uijt de nevensgaande Requeste, en de daarop verleende Apostille van den 14: Augustus 1781 Sub. A.
Weshalven de Supplianten Seer eerbiedig versoeken Uw Hoog Wel Geboorens Consent, om den voornoemden Goossen Verploegh over te brengen te doen bewaaren en opsluijten in eene verseekerde Plaats, off Huijs tot bewaaring van kranksinnige gedestineert. Onderstond. Twelk doende was getekend Pr Stilo W: van Eijsen Procr.
+
Na Examinatie van alle hierbij annexe Stukken word het versoek bij dit request gedaan door mij geaccordeert, om aan de Supplianten gepermitteert om den innocenten Goossen Verploegh tot voorkoming van ongelukken Soo aan hem selvs als aan de verdere goede ingeschreven, te dien opsluijten en bewaren.
Actum op den Huijse Wadenoijen den 22 Maart 1782 was geteekend J:W: Cocq v: Haeften.

Aan den Edelen en Hoogen Geregte van Tuijl.
Edele en Waerde Heeren !
geeven seer eerbiedig te kennen Cristiaan en Gerrit Verloegh Administreerende Voogden over de persoon en Goederen van haaren ongelukkigen Broeder Goossen Verploegh mitsgaders Jan Verploegh toesiende Voogt, en meede administrateur over den selven.
Hoe dat 't de heeren behaagd heeft voornoemde Goosen Verploegh zeedert meer dan tien jaaren swaarlijk te besoeken met kranksinnigheijd, off berooving van sijn verstande.
Zoodanig dat Hendrik Verploegh deesen sijnen Zoon Goossen Verploegh tot voorkoominge van beklaagelijke excessen en buijten sporigheeden, zeedert den jaare 1771 heeft moeten bewaaren in sijn huijs.
Gelijk blijkt.
Uijt het attest van de Maedicinae Doctor W:A: de Laat van den 24e. Julij 1771 Sub. A.
uijt de verklaaring van den Predikant van Herwijnen Johannes Verbeet, van den 24e October 1771 Sub. B.
En uijt de dispositie van Hendrik Verploegh voor Scheepenen deeses Gerigts den 1e October 1772 gedaan waar bij hij Supplianten tot voogden over deese sijne Soon heeft aangesteld Sub C.
Dat deesen Goosen Verploegh Sig al nog bevind in denselffden ongelukkigen staat van melancholie en kranksinnigheid. Als consteert.
Uijt de visitatien door de voornoemde medicinea Doctor W:A: de Laat, gedaan den 2e Maij 1781, Sub D.
En uijt die van den Meester Chirurugijn J. van den Bosch van den zelvden 2e maij 1781, Sub E.
Dat de Supllianten van 't overlijden van Hendrik Verploegh, voorgevallen den 11e: December 1780 ingevolge sijnen wil hebben aangenomen de voogdije over den Persoon en Goederen van meergenoemde Goossen Verploegh.
Dat sij dese Voogdij met alle toeversigt wel Exerceeren en daar in wenschen voort te gaan.
Dat sijn de Supplianten niet in Staat deesen ongelukkige bij haar in huijs te beschermen en bewaaren, gelijk sijn vader gedaan heeft. Dat Sij daaromme te raaden Sijn geworden den selven over te brengen in een Huijs tot bewaaringe van kranksinnige Persoonen gedestineert. En dewijl de Supplianten daartoe praeallabel noodig oordeelen. U WelEdele en Waarde verklaaring dat hij is onsinnig off onnozel. En het consent van den Heeren Amptman.
Weshalven de Supplianten de Vrijheijd neemen te versoeken dat UWel Edele en Waarde nae genoomene kennis van zaaken gelieven te verklaaren, den voornoemde Persoon van GOOSSEN VERPLOEGH voor onsiinig ofte onnosel, en te permitteeren, voor soo verre UWel Edele en Waard betreft om denselve met voorkennis, en condent van den Heeren Amptman van Boemel Tielre en Boemelrewaarden over te brengen te doen bewaaren en opsluijten in een ander off versekerde Plaatse off Huijs tot bewaaringe van kranksinnige Persoonen gedestineerd. (onderstont) Dit doende & was getekende Christiaan Verploegh, Gerrit Verploegh, J: Verploegh.
+
Haar Wel Edelen en Waardens hebben nae gehouden deliberatie deese Requeste cum annexis gesteld gelijk gesteld word bij deese in handen van de drie Susters van Goossen Verploegh om te dienen van haar belang ten naasten. Actum 5e: Meij 1781. Onderstont. in Ordonnantie van Haar Wel Edelens en weerdes. was getekend G: Vermeulen Secr.
+
Na ingekoomen Berigt hebben Haar Wel Ed.e en waerdens nar gehouden deliberatie en gekomene kennis van zaaken, den Perzoon van GOOSSEN VERPLOEGH verklaart gelijk denselve verklaaren bij deesen voor onsinnig ofte onnosel, en permitteren mitsdien voor soo verre hem betreft, om denselve meet voorkennis en consent van den heere Amptman van Boemel, Tielre en Boemelweerde, over te brengen, te dien bewaaren en opsluijten in een versekerde Plaats, off Huijs, tot bewaring van kranksinnige gedestineert.
Actum den 1e Augustus 1781.
Onderstond tot ordonn: van haar WelEd: en Waardens. was getekend G: Vermeulen, Secrs.

[A] Ik ondergeschreeven attesteeren en verklaaren ter Requeste van Hendrik Verploegh sijn zoon Goossen VERPLOEGH te hebben gevisiteerd, geexamineert en denselven bevonden niet te sijn mentis Compos maar kranksinnig. Actum Herwijnen den 24 julij 1771 was getekend W.A. D Laat Med: Dr.
+
[B] Verklaaren Ik ondergeschreeven ter instantien en versoeke van Hendrik Verploegh, vader van Goossen Verploegh voor de opregten waarheijd dat den voornoemden Goossen Verploegh bij mij seer wel bekend is dat denselven seer dikwils ten mijnen Huijse is gekoomen, en met mij heeft gesprooken dat ik van tijd tot tijd heb gemerkt dat hij laboreert aan een melancholique Siekte, Sig verbeeldende dat hij een leelijk ding binnen in sijn Lijff heeft, en dat ik hem daarvan kan geneesen, dat deesen Siekte van tijd tot tijd is tegenoomen Soodanig dat hij Sig niet ontseert tijdig en intijdig in mijn Huijs te koomen, over die quaet gedurig makende dat wanneer ik hem sulx soek uijt 't hooffd te praten, en hem versoek nae sijn huijs te gaan, hij als dan seer quaadaardig en brutaal word, Sijnde, inval hij langer aan sig selven gelaten word te dugten, dat hij den allerbeklaagelijkste excessen en buijten spoorigheeden sal pleegen, waarom hij van alle Menschen die hem kennen gemeijd en geschuwd word, en terwijl men verpligt is der waarheijd getuijgenissen te geven heb ik deese eijgenhandig beteekend te Herwijnen den 24 october 1771 was getekend Joannes Verbeet, v:d:m: in Herwijnen.

[C] Extract uijt het Signaet van den Wel Edelen en Hoogen gerigten van Tuijl.
Tuijll d'Anno 1772.
Voor Schepenen onderges: Compareerde Hendrik Verploegh, vader van Goosen Verploegh, te kennen gevende, dat voornoemde Sijne Zoon Seedert eenige jaaren is besogt met een melancholique Siekte, dat hij Comparant alles wat hem doenlijk is geweest heeft aangewend om meergenoemden Sijnen Soon daar van te diverteeren, en hem op allerlij wijsen te veranderen, en eijndelijk geenen kosten gespaart totm sijne herstelling in die hoope dat hij van deese Siekte mogte geneesen.
Dan dat hij Comparant met de uijtterste aandoening heeft moeten verneemen dat deese Siekte van tijd tot tijd soodanig is toegenomen, dat hij grootelijks bedugt is, dat het eijndelijk eens sal uijtbarsten op eene formeele beroovinge van sijne natuurlijken vermoogens en sinnen immers dat het tot hier aan toe soo verre is gekoomen dat Sijnen voornoemde Soon Sig Selven in alles is ongelijk en niet meer in staat om sig selve te konnen regeeren en nog veel minder om over sijne particuliere affaires en goederen eenig bewind off administratie te voeren.
Weshalven hij Comparant verklaarden tot voogden en Administrateurs over den Persoon en Goederen van sijnen meergenoemde Soon GOOSSEN VERPLOEGH te eligeeren, te stellen te nomineeren sijne twee andere Soonen, met naamen Corstiaan en Gerrit Verploegh, en tot toesiende voogd en meede administrateur Jan Verploegh Schout van Hellouw, gelijk denselven dan de voornoemde Persoon eligeert steld en nomineert kragt deeses, ten eijnde nae overlijden van hem Comparant goed toeversigt te hebben te houden op sijnen meergenoemde Zoon Goossen Verploegh, voorts om Sijn kinds gedeelte uijt Comparants naelatenschap hem Sullende te deel vallen onder haar lieden bewind en administratie te neemen en te houden, tot soo lange het God behaagen sal hem te herstellen, ofte dat den selven in staat sal sijn sig selven en sijne goederen nae behooren te konnen regeeren en administeren, willende en begeerende hij comparant wijders, dat de voornoemde voogden an administrateurs de Revenues uijt de Goederen, den meergenoemde GOOSSEN VERPLOEGH, uijt sijne nalatenschap aan te koomen tot onderhoud van denselven in kost, drank en kleederen en wat verders noodig en dienstig Sal weesen, besteeden en aanwenden Sullen, en dat bij vermoedelijke insufficiense alle sijne overige kinderen ijder uijt sijn kinds gedeelten Soo veel saamen sullen contribueeren als tot het een en ander genoegsaam en toerijkende bevonden sal worden
Verklaarende hij Comparant eijndelijk dat dit gunt voorschreeven is sijn expresse wil en begeerte willende dat die nae sijn dood sal werden nageleeft en effect sorteeren, Soo als nae regten best sal konnen bestaan.
Actum den 13 October 1772 was geteekend W:D:Joode, H: Vermeulen Onderstond In fidem Extracte was geteekend G: Verploegh Secrs.

[D] Ik ondergeschreven W:A: de Laat Medicanae Doctor te Boemel, verklaar ter requeste van Corstiaan en Gerrit Verploegh mitsgaders van Jan Verploegh Schout van hellouw, dat ik op den 24e julij 1771 ten versoek van Hendrik VERPLOEGH tot Herwijnen heb gevisiteert en geexamineert sijn Soon Goossen Verploegh, en bevonden denselven als doen niet te sijn mentis Compos, maar kranksinnig volgens verklaaring te dier tijd affgegeven.
Dat ik ten versoeke van de Requiranten den voornoemde Goossen Verploegh op Woensdag den 2e Maij 1781 ten Huijse van den eersten Requirant tot Herwijnen weeder hebben gevisiteert en geexamineert, met en benevens den meester Chirurgijn van den Bosch. Dat ik bij dese examinatie bevonden heb, dat hij Goossen verploegh sig al nog bevind in den selven staat van kranksinnigheijd. Redenen van wetenschap gevende, dat naedat ik en gemelde chirugijn van den Bosch met voornoemde Goossen Verploegh eenigen tijd gediscotreert hadden den selven Goossen Verploegh onder anderen voorschreeven van den Bosch te gemoed voerde, dat hij van den Bosch sijn vaeder aangeraade hadde om Seeven wijven te neemen, dat hij reijn was; dat ik vervolgens en op versoek van genoemde Goossen Verploegh, met den selve en den schout van Hellouw sij gegaan in een ander vertrek, dat meergemelde Goossen Verploegh aldaar mij klaagde dat nog een ding in sijn lijff hadde, dat hem door sijn lijff vloog dan hier, dan daar, dat des nagts twee Engelen bij hem quaamen, een roode en een witte zonder armen off voeten, dat hem Somtijds een hond op sijn beenen quam liggen, die hij noemde den deurwagter die hem slaapenden een ding in sijn keel had gestoolen, dat se een schorpioen noemde, dat hem die nog in 't lijff sat en diergelijke dwaaze reedenen meer, halende uijt een van sijn sakken een stuk verdroogd brood en een stukje verdroogde kaas, en gevende 't eene en ander aan mij om aan de Heere Oud Regter Vermeulen te besorgen.
In waarheijds oirconden heb ik deesen eijgenhandig beteekende, tot Boemel op heeden den 7en Maij 1781 was geteekend W:A: d: Laat med: dr.

[E] Ik ondergeschreeve Johannes van den Bosch, meester Chirurgijn, woonende te Herwijnen, verklaare ter requeste van Corstiaan en Gerrit Verploegh, mitsgaders van Jan Verploegh, Schout van Hellouw, dat ik ten versoeke van de Requiranten, op Woensdag den 2e Meij 1781 ten Huijse van den eersten Requirant te Herwijnen, met en beneevens den Medicinae doctor W.A. de Laat gevisiteert en geexamineert hebben Goossen Verploegh, Soon van wijle Hendrik Verploegh, en den selven bevonden niet te sijn mentis Compos, maar kranksinnig; Voor reden van wetenschap geevende, dat, nae dat ik en gemelde medicinae doctor met voornoemde Goossen Verploegh eenigen tijd gedisconreert hadden, denselven Goossen Verploegh onder andere mij te gemoed voerde, dat iol sijn vader soude aangeraaden hebben om seeven wijven te neemen, dat hij reijn was, en diergelijke dwaase reedenen meer, dat ik hem van dat disconos tragtede afftebrengen denselven is quaad geworden en vervolgens met voornoemde doctor de Laat en den derden Requirant is gegaan in een ander vertrek.
In Waarheijd Oirconde hen ik deese eijgenhandig beteekend tot Herwijnen op heeden den 7e Maij 1781 was getekend J:V:D: Bosch.
Accordeert met zijn principaal Q.F. D. van Hoijtema, Secret in Deijl.

Laatst gewijzigd: januari-februari-maart 2015 / december 2016.