Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: akten stads krankzinnig- en beterhuis ('het Blauwhuis') 1761-1786


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 22 Geneeskundig gesticht voor krankzinnigen, voorheen het Stads krankzinnig- en beterhuis geheten
Inventarisnummer: 483 1761-1786 (Akten waarbij door de daartoe bevoegde autoriteiten machtiging wordt verleend tot het opsluiten, het verlengen van de opsluiting of het ontslaan van patiënten)

(titel stapel 1) 1e Pacquet - Appoinctementen en Resolutien van Confinement van binnen de Stad lopende van 1763 tot 1794 incl. voor het Krankzinnig en beterhuis.


17-04-1764 Catharina Muts echtg. Jacobus van Immerseel


(Karsseboom) Aenden Ed.e Groot Agtb: Geregte en Camere Juditieel der Stadt Dordt.
Geeft onderdanig te kennen Jacobus van Ommerseel, borger deser Stadt, dat zijn Suppl.ts huijsvrouw Catharina Muts, op Speciael appoinctement van UEd: Gropot agtb., in dato 25 Maert 1762 vermits inde harssenen was getroubleert, is geconfineert, in 't Stads kranksinnig en beterhuijs deser Stadt, aldaer voor den tijd van twee Jaeren, met qualificatie op heeren Regenten van 't selve huijs om met den Supplt. in onderhandeling te treeden, hopende 't meede contribueeren tot de kosten van voorsz. Confinement zoo als zulx ook is geëffectueert, dog de bepaling van tijd, van 't zelve confinement is gecesseert en ten uijtterste noodsaekelijk is, dat zulx werde gecontinueert. Redenen waeromme den Supplt. hem keert tot UEd: Groot Agtb:, ootmoedig versoekende dat de voorn: zijne huijsvrouw in 't gemelde Stads krarnksinnig en beterhuijs blijve geconfineert, tot tijd en wijlen deselve van haere voorn. Indispositie sal weezen hersteldt, alsmeede dat heeren Reegnten voornoempt, met hun Supplt. verder in onderhandeling treeden, noopende 't meede Contribueeren tot de kosten van voorsz. Confinement. T'Welk Doende &a. Jan van der Star, procureur.

de Camere alvorens te disponeren stelt deze req.te in handen van Heeren Regenten van Stads krankzinnig en beterhuijs binnen deze Stad om hun Ed. Groot Agtb. te dienen van Berigt consideratien en advis op het versoek in deser gedaen.
Actum Dordt. den 12e April 1764. Ps. Hoeufft.

Edele groot Achtbare Heeren,
Ter obedientie en Voldoening aen den appoinctemente van UEd: Gr: Achtb: van dato den 12e April 1764 op de nevenstaende Requeste van Jacobus van Immerseel, borger deser Stede, hebben wij de Eer UEd: Gr: Achtb: te berigten, dat den Supplt. huijsvrouwe Catharina Muts ter requeste gemeld gedurende haar twee Jaarig Confinement aen ons geen de minste hoope of herstelling van haere krankzinnigheid heefft doen zien, en nadien derhalven de reden, waerom dezelve ingevolge den appoinctemente van UEd: Gr: Achtb. van dato den 25e Maart 1762 in dit Godshuijs is geconfineert, voor als nog geensints is komen te cesseren, dat wij mitsdien van oordeel zouden zijn dat derzelver voorsz. Confinement ten minsten voor nog twee Jaaren behoorde te werde gecontinueert, en zulx teffens vermits de offerte van den Supplt. met opsigh tot de contributie in de kosten van 't voorsz. confinement, op deselve onderhandeling en Conventie, welke onzen Rentmr. bevorens uijt onsen naeme en van onsentwegen schriftelijk met den voorn: Supplt. heefft aen gegaen, Referende ons niet te min ten dispositie van Ue Ed: Gr: Achtb., Intussen vertrouwende hiermede aen het gerequireerde van Ue Ed: Gr: Achtb. voldoen te hebben, beveelen wij Uw Ed: Gr: Achtb: aen Gods protexie, en blijven Edele Groot Achtbare heeren, UwEd: Gr: Achtb: ootmoedige Dienaeren De Regenten van Stads Krankzinnig en Beeterhuijs (Dordreght 14e April 1764) ter ordonnantie van deselve als Rentmeester C: Brender a Brendis.

De Kamere gesien en geexaminert hebbende den nevenstaande Req.te mitsgaders het berigt van Heeren Regenten van Stads Kranksinnig en Beterhuijs binnen deze Stadt, accordeert den Supplt. zijn versoek en sal sijne huijsvrouw Catharina Muts in 't gem: Stads kranksinnig en beterhuijs blijven geconfineert tot tijt en wijle deselve van haere Indispositie sal wesen herstelt, als meede dat Heeren Regenten voornt. met hem Supplt. verder in onderhoudeling tereeden nopende 't meede Contribueeren tot de Kosten van voors: Confinement. Actum den 17 April 1764. Jb. Karsseboom.

Requeste Jacobus van Immerseel Supplt.; J. van der Star, Procureur; Geregistreert; In handen van H.ren Regenten van Stads krankzinnigheid om berigt 12 Apr. 1764; Fiat 12 apr. 1764.

Voor het stads Krankzinnig en Beterhuijs.
uijt kragten ende ingevolge, den appoinctemente van den Ed: Groot Agtb.re Heeren van den geregte, en Camere Judicieel der Stadt Dordreght van dato den 25e Maart 1762 op de Reuqeste van Jacob van Immerseel borger deser Steede;
Zoo Verklaeren wij ondergeschreve Regenten van Stads Krankzinnig, en beterhuijs binnen dese Stadt ter eenre, En ik ondergeschreven Jacobus van Immerseel ter andere zijde, over en ter Zaake van de reets verstrekte, en nog te verstrekene alimentatie van mijne tweede ondergeschrevene Huijsvrouw CATHARINA MUTS thans in 't voorsz: Stads Krankzinnig, en beterhuijs geconfineert, met elkanderen te zijn geconvenieert, en overeen gekomen in volgen en manieren hierna Volgende, namentlijk, dat ik ondergeschreve ter andere Zijde ter voldoeninge van de voorsz: alimentatie van gemelde mijne Huijsvrouwe aen, en ten behoeve van het meer voorsz: godshuijs sjaerlijks, aenvangnemende met den voorsz: 25e Maart 1762 zal verschuldigt zijn, Zoo als ik ondergeschreve bekenne bij desen, een Summa van Een hondert en dartig guldens, van welke voorsz. Summa van Een hondert en dartig guldens, ik ondergeschreve ten andere zijde bij desen aenneme en Belove, om 's Jaarlijks aenvangnemende als Voren te sullen opleggen en betaelen een Summa van Een hondert guldens en de overige dartig guldens, soo ras de gem: mijne Huijsvrouwe voor mijn overlijden wederom herstellende uijt het meergem. Godshuijs, bij Speciaal appoinctement van den voorn: Ed: Gr: Agtb.re geregte zal werden ontslaegen, off ingevalle ik ondergeschreve voor de herstellinge van de gemelde mijne Huijsvrouwe mogte komen te overleijden, dat de selve dartig guldens als dan bnnen ses weeken na mijn dood aen, en ten behoeve als voren uijt den gemeenen Boedel van mij Ondergeschreve ter andere Zijde, en de gem: mijne Huijsvrouwe zullen moeten werden voldaan en betaal.
Verbindende ik ondergeschreve ter andere zijde tot preaestatie, en naarkominge van het geene voorsz: staat mijn persoon, en alle mijne goederen Soo praesent, als toekomende, deselve stellende ten verband en bedwang als na Regten. Des ten oirconde den Waerheijd desen getekent in Dordreght den 27e: April 1762. Jacob van Immerzeel.
Ter ordonnantie van Heeren Regenten voornoemt als Rentmeester, C: Brender à Brandis.

Ingevolge den Appoinctement van den Ed: Gr: Achtb: Gerechte, en Camere Judicieel deser Steede van dato den 17e April 1764 verklaeren wij ondergeschreve Regenten van Stads Krankzinnig en Beterhuijs dezer Stede ter eenre en ik ondergeschreve Jacobus van Immerseel ter andere zijde, De Boven staende Conventie in alle deszelvs Leeden en deelen te Continueren en ons Conform dezelve te Sullen blijven gedraegen ten verbande en bedwange als Voren. Actum Dordreght den 20e: Apr: 1764. Jacobus van Immerseel
Ter ordonnnantie van Heeren Regenten voornt. als Rentm: C: Brender a Brandis.

Laatst gewijzigd: januari-februari-maart 2015 / december 2016.