Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Iets over het gastenboek (vreemdelingenboek) van Hotel Pennock (1899)




Bron: Dordrechtsch Nieuwsblad 5 september 1899.

Iets over vreemdelingenverkeer

Come to Dordrecht if you want to see Holland

Het is nog niet zoo heel lang geleden, dat
Dordrecht den naam had, van een der meest
bekoorlijke en pittoreske steden van Holland
te zijn. Gedurende de zomermaanden zag men
dagelijks door de straten kleine groepjes
vreemdelingen dwalen, kenbaar niet alleen
aan de roode bandjes van Baedeker, maar ook
aan de opmerkzaamheid, waarmede zij onze
nog in leven gebleven oude geveltjes en
poortjes bezichtigden. En de kleine voorover-
staande hoedjes op smalle of hoekige facies en
de zonderlinge, luchtige, eenvoudige, in ons
oog soms excentrieke kleederdracht deed ons
daarbij niet zelden het 'quiet English' over de
lippen komen.
Het waren meest buitenlandsche schilders,
die zich kwamen verlustigen in onze gore
binnengrachten met haar smerige achtergevels
en rommelige binnenplaatsen, donker weer-
spiegelend in het vuil zwarte modderwater,
of in de enge stegen en nauwe straatjes, waar
de vooroverleunende verweerde topgevels
elkaar schijnen toe te fluisteren hun treurnis
over vergane tijden, of in de perspectivische
havengezichten met ter weerszijden de tee-
kenachtige vallijn der aaneenrijende brokke-
lige huizencontouren, beheerscht door het
groenverweerde koepeldak der Groothoofds-
poort of den stompen toren onzer gothieke
kathedraal.
Toen hygiene de schilderachtige grachten
deed verdwijnen en practische zin de schen-
dende hand sloeg aan zoo menig oud geveltje,
dat in zijn harmonische proportiën en artis-
tieke detailleering aan den tijd herinnerde,
dat de ware kunstnijverheid bloeide en dat
vak en kunst inderdaad in gemeenschap leef-
den, toen dreigde Dordt zijn naam te verlie-
zen, toen vreesde men terecht, dat de artisten
onze oude stad den rug zouden toekeeren.
Niet alleen wat men gaarne wenscht, ge-
looft men gaarne, maar wat men vreest ziet
men ook dikwijls reeds in werkelijkheid voor
zich staan. Dit zal wel de oorzaak zijn, dat
menigeen den toestand donkerder inziet dan
hij is. Want inderdaad - we zullen dit aan-
stonds bewijzen - is Dordt niet zoo verlaten
als men dat wel eens voor(ge)(st)elt. 't Is waar, er
is veel moois verdwenen, maar er is ook nog
veel gebleven en er staan wachters op de
bres, die elke nieuwe degradatie voortaan
zullen verijdelen. Bovendien heeft Dordt niet
zijn echt Hollandsche omstreken, waar de
vochtige atmosfeer over het lage nijvere
land hangt? Dat alles begint juist in dezen
tijd van herleving ook weer meer de aandacht
te trekken en de vreemdelingen nemen het
weer meer en meer in hun reis-route op.
In de Zwijndrechtsche Waard zwerven
vele teekenaars en schilders rond. Waren-
dorf is vol en men geniet er den lieven lan-
gen zomer van de prachtige waterpartijen
om het heerlijk gelegen Rijsoord. Zou Hotel
Ponsen
er een nieuwen bouw bijkrijgen, als
er gebrek aan vreemdelingen moest worden
geconstateerd? En zou "Aux armes de Hollan-
de" verschillende reizigers hebben moeten te-
leurstellen, als het niet als schildershotel door tal
van buitenlandsche artiesten bezocht was?
Over het algemeen hebben onze logementen
dan ook geen klagen. Dat wij meer in het bij-
zonder het hotel van den heer Pennock noe-
men ligt in den rijkdom van beschilderde paneeltjes,
die café en restaurant versieren
en evenzoovele, herinneringen zijn aan de
vele, voornamelijk Engelsche en Amerikaan-
sche artiesten, die er geruimen rijd logeerden
en er een stukje van hun hand achterlieten
als een bewijs van de sympathie, die zij den
hotelhouder en de stad zijner inwoning toe-
dragen.
In onze kwaliteit van kunstverslaggever heb-
ben wij eens met meer dan café-aandacht de pa-
neeltjes in oogenschouw genomen. Er zijn er
ruim 80, een aardige collectie dus reeds, en daar
er voor zoover wij weten tot heden nog niet
over geschreven werd, dachten we het niet
on-dienstig er eens een kleine beschouwing over
te houden.
Uit den aard van de zaak is er kaf onder de ko-
ren. Het zijn toch niet allen koks die lange
messen dragen en niet allen artiesten die
met een doekje buiten op een schildersezeltje
zitten te teekenen en te smeren. Daarbij komt
dat er ook amateurs onder de schilderende
vreemdelingen gevonden worden, die niets
pretendeeren en voor de aardigheid hun naam-
aartje in den vorm van een paneeltje in het
hotel hebben achtergelaten.
Naar den landaard gerangschikt vinden we
onder de Engelschen vooral opmerkelijk
Redinald Jones met een gezicht op de Voor-
straatshaven bij de Groote kerk, mooi pers-
pectivisch neergezet in zijn wegschietende
huizengevels, William Feeny, met in lichte
en teere tonen scheepjes op de rivier. Lind(n)er
met zijn 'White Cloud'; een bijzonder wolk-
effect met witte weerspiegeling in het water
breed-modern van opvatting. Leslie Thomson
heeft een langwerpig paneeltje vlak om den
hoek der café-deur gevuld met een fijn ge-
toetsten kijk op den overkant der rivier. Er
zit een bijzonder goede wijking in dit schil-
derstuk. Verder noemen we nog Aldridge en
Green met schepen op het water, Wilfried
Bal met een schets van de Groothoofdspoort
en Watson met een stemmig haventje. Van ze-
kere Sanders is er nog een goede aquarel van de
poort, die, omdat ze vlak bij het schildersho-
tel ligt, natuurlijk om zijn verweerden romp en
rijkarchitectonische detaillering de aan-
dacht trekt van alle vreemdelingen.
We vinden dan ook van dit mooie hoekje
van Dordt vele afbeeldingen aan den wand.
Zoo b.v. een mooien kijk van den Deen Soya
Jensen
met schepen op stroom en een fijn
wazig verschiet.
Van de Duitschers Wendling, Dirks,
Westendorp en Hans Herrmann is het vooral de
laatste, die de aandacht trekt door een regen-
achtige dag op het Groothoofd, waarin de
natte atmospheer bijzonder goed is weerge-
geven.
Onder de Belgen lijkt ons Stacquet het
opmerkelijkste met zijn 'Taankade', een aqua-
rel in lichte blijde tinten en kleurtjes, die
echter niet volledig compileeren.
Schotten zijn er verscheidene:Adam,
Campbell Noble, William S. Miller (met
een frissche appelbloesem) en Alfred S. Edward.
De laatste is bepaald een habitee van het
hotel en een bewonderaar van Derill. Hij liet
reeds meer dan een stukje in de paneelen
achter. Van Arcbold D. Reid valt nog een
verdienstelijk gezicht op Papendrecht te ver-melden.
De Amerikanen zijn het sterkst verte-
genwoordigd. Van Gottwald een "Volendam"in
mooi grijze tonen. Frank Penfold enCooper
hebben ieder een "Papendrecht". De laatste
wint het om zijn grauwe avondstemming. E.
Woodward
schrapte Pennock's portret en
prof
. Faber schonk een krachtige penteekening,
Woodburry liet een "Groote Kerk" achter.
Een paar Nederlandsche namen, als A. Le
Conte
en Henry Hoek met een heraldieke
aquarel) gaan bijna onder al die vreemdelingen
verloren, en die vreemdelingen klinken den
meesten onze vrijwel even onbekend in de
ooren. Hoewel dan ook voor ’t meerendeel
geen kunstwerken van hun hand worden aan-
getroffen, blijft het idee der verzameling een
meer dan ambitieuse reclame.
Een nadere beschouwing doet ons tot de
conclusie komen, hoezeer Dordrecht om zijn
natuurschoon gezocht blijft.
Het motto boven dit opstel is genomen uit
een artiesten-ontboezeming in het Vreemdelin-
genboek van het hotel.
Dit Vreemdelingenboek bevat trouwens tal
van deels merkwaardige, deels aardige en vaak
in poëtische vorm neergeschreven louanges,
waarvan we ons voorstellen in een volgend
nummer een kleine bloemlezing te geven.



Bron: Dordrechtsch Nieuwsblad 11 september 1899.

KUNSTNIEUWS.

Iets over een Vreemdelingenboek.

Het is een onderhoudend werk te bladeren
in het Vreemdelingenboek van het hotel "Aux
armes de Hollande". Op elke bladzijde
ontmoet men van die forsche karakteristieke handtee-
keningen, die onmiddellijk herinneren aan den
artist of aan wie er voor wil doorgaan. De
meeste letters naderen tot den primitieven
vorm der kapitale drukletters, een eigenaar-
digheid, die men bij veel kunstenaars opmerkt,
en dit is tegenwoordig zoo algemeen bekend,
dat er, onder jongelui vooral, een neiging is
ontstaan om hun handschrift tot het gedrukt
staand te vereenvoudigen, in de hoop voor
een beetje artistiekerig te worden aangezien.
O, graphologie, ook dat hebt ge op uw geweten...
Maar laten wij ons bepalen tot het vreem-
delingenboek.
Er staat wel veel moois in over Dordt, mis-
schien al te veel, maar aangenomen, dat men
om de voorkomende behandeling in een hotel
ook gaarne een complimentje maakt aan de
stad, is er in dit geval te veel overeenstemming
in de meeningen om niet aan te nemen, dat
we hier met spontane en eerlijke uitingen te
doen hebben.
Een schilder uit Glasgow noemt onze stad
"one of the most charming and picturesque
towns of Holland." Een paar lui uit San Fran-
cisco getuigden van haar: "one of the most
charming old cities we have seen". Een Lon-
denaar is van opinie, dat "Dordrecht is full of
charming variety", terwijl een bewoner van
Philadelphia deze ontboezeming neerschreef:

"I have had four days now in Europe. Every
one has been better than the preceding one.
I believe my one day in Dordt the most
delightfully spent of all."

Een artist uit Liverpool noemt Dordrecht
"most interesting place, strolling about at
every step or turn you get views reminding
you of lots of old Dutch landschapes admired
in the different galleries of Europe"; en een
gezelschap uit Boston was zoo voldaan over
het verblijf in onze veste, dat zij bij het heen-
gaan schreven "our bodies travel onward –
our hearts we leave in Dordrecht".
Dat is wat sterk zouden we meenen. En het
is goed, dat we geen andere vreemdelingen-
boeken ter vergelijking voor ons hebben, wie
weet of we dan van hen niet dezelfde ontboeze-
ming zouden lezen met betrekking tot een
andere stad en dan zouden we recht hebben
die Bostonners in werkelijken zin van dubbel-
hartigheid te beschuldigen.
Maar we zijn er nog niet. In de volgende
woorden van zekeren Bernard Lintott, over-
genomen uit een Engelsche courant, betreden
we min of meer het rijk der phantasie: "To
speak of the beauties of Dordt, of the quaint-
ness of its old world-canals, of the primitive

people of the Dutch race would fill many
columns". Velen met ons zullen wel nooit ge-
dacht hebben, dat er zooveel primitiviteit in
ons Merwesteders zat.
Diezelfde mijnheer schijnt zoo met Dordt in-
genomen, dat zijn dichtader op een zonnigen
dag, zelfs aan 't vloeien is gegaan en hem dit
vers heeft doen neerschrijven:

   The sun so chidden here above
  Returns hard words with beams glove,
  For bursting thro' the cloudy skies,
  He makes of Dordt a paradise
.

Heel aardig als speech, moge het ons niet al
te hoovaardig maken.
Een Chicagoosch familielid van den School-
meester rijmde heel leuk achter zijn naam:

   I am sorry to say
  That I am going away.
  But I hope to come soon for a longer stay
.

Een Oranje-Vrijstater, luisterende naar den
voornaam van Lodi blijkt van cosmopolitischen
aard te zijn; luister maar:

   My Dear!
   Ik was slechts één keer hier;
  C'est pourquoi que je vous dis:
  "Komme viel zurück", das sagt der Lodi.

En alsof hij zich in dit eens veeltalige rijm
niet genoeg manifesteert, schreef hij er nog
naast:

  Zoo'n kaffer
  Zoo'n blaffer
  Aber was das schönste ist,
  Das du es nich bist.

Het spreekt van zelf, dat, waar "Aux armes
de Hollande" een schildershotel is, er nu en
dan een krabbel in het vreemdelingenboek
wordt gezet, o.a. een riviergezichtje en de
tronie van een straattype.
Een Amerikaansche leverde in dit genre het
aardigste, wat ik zag. Zij teekende een meisje,
dat zit te wachten op een steen, omdat zij
weg moet en niet wil. Als onderschrift: "I
don't want to go away".
We hebben nu al zooveel Engelsch aange-
haald, dat het tijd wordt ook eens aan de
andere talen te denken. Het Latijn en Noorsch
latende rusten, schrijven we het volgende Fran-
sche versje van iemand uit Genève over:

  Jái pu passer ici quelques jours très heureux,
  Et c'est ce que je dois à mes bons hoteliers:
  Lit moelleux, bon vin, rien a manqué chez eux,
 Où l'on prodiqué des soins particuliers
.

Van professor Faber vinden we een Duitsche
ontboezeming, die te verdienstelijk poëtisch
is om ze niet in haar geheel over te nemen:

Bei einem Wirthe wunder mild
Da that ich juengsten gasten
"Der Löw' von Holland" ist sein Schild
Da laest sich's praechtig rasten.


Kein bessres haus giebt's weit und breit,
Herrn Pennock halt in Ehren!
Er that zu jeder Tageszeit
Gar trefflich mich ernachren.

Ein braver Wirthe, ein sauber Haus,
Sauber bis auf ein Tuepfel;
Gesegnet sei es alle Zeit
Vom Grundstein bis zum Gipfel.
 
Herrn Pennock halt in Ehren!
Er that zu jeder Tageszeit
Gar trefflich mich ernachren.

Ein braver Wirthe, ein sauber Haus,
Sauber bis auf ein Tuepfel;
Gesegnet sei es alle Zeit
Vom Grundstein bis zum Gipfel.


Verreweg het meerendeel der dichterlijke
ontboezemingen zijn als de in ons eerste artikel
besproken schilderstukjes Engelsch. En daar-
om willen we ook met een paar van dat soort
eindigen.
Van enkele Edinburghers:
   Five summer weeks we've here abode
  And always liked it better;
  If we should come the self-same road,
  We'll let you know by letter
.
Een paar Amerikanen uit New-York:
   Within this book, with great delight
   Our praises we do here indite
   Far rather in this place we'd stay
  Than go, as needs we must, away

Bij allen dus, zooals we zien, lust en neiging
om terug te komen en gaat men heen, dan
scheidt men noode van de "interesting place",
waar schrijver dezes de eer had geboren te
worden.
Dat vele vreemdelingen zich na een bezoek
aan Dordrecht mogen gedrongen gevoelen voor
haar te propageeren, zooals de dames uit Du-
blin, waarvan we nog dit versje uit het frap-
pante vreemdelingenboek afschrijven:
  If friends at home
  Should wish to roam
  In Dordrecht's city fair,
  We'll tell them true
  Be sure that you
  Put up that Pennock's there
.
Laten we, met het oog op den bloei van
Dordrecht en haar reputatie in den vreemde,
den hartgrondigen wensch uitspreken, dat vele
vrienden van al die reizigers naar hier hunne
schreden mogen richten en dat al onze hotels
er een evenredig deel van mogen tot zich
trekken, want wij voor ons gunnen allen "land-
lords" een goed bestaan.



NB.
Engelsen:
Redinald Jones = Reginald Jones (1857-1920)
William Feeny = William Peregrine Feeney (1844-1921)
Linder = Peter Moffat Lindner (1852-1949)
Leslie Thomson = John Leslie Thomson (1851-1929)
Aldridge = Frederick James Aldridge (1849-1933)
Green = David Gould Green (1854-1918)
Bal = Wilfred Williams Ball (1853-1917)
Watson = Charles John Watson (1846-1927)
Sanders ?=? Walter G. Sanders (-1892)

Deen
:
Soya Jensen = Carl Martin Soya-Jensen (1860-1912)

Duitsers
:
Wendling = Gustav Wendling (1862-1932)
Dirks = Andreas Dirks (1822-1922)
Westendorp = Fritz Westendorp (1867-1926)
Hans Herrmann = Hans Herrmann (1858-1942)

Belg
:
Stacquet = Henri Stacquet (1838-1906)

Schotten (Engelsen)
:
Adam = Patrick William Adam (1854-1929) of Joseph Denovan Adam (1842-1896)
Campbell Noble = James Campbell Noble (1846-1913)
William S. Miller =
Alfred S. Edward = Alfred S.Edward (1852-1915)
Derill =
Arcbold D. Reid = Archibald David Reid (1844-1908)

Amerikanen
:
Gottwald = Frederick Carl Gottwald (1860-1941)
Frank Penfold = Frank C. Penfold (1849-1927)
Cooper = Colin Campbell Cooper (1856-1937)
E. Woodward = (Frans Halsmuseum 1894)
prof. Faber = Ludwig Ernes Faber (1855-1913)
Woodburry = Charles Herbert Woodbury (1864-1940) / Marcia Oakes Woodbury (1865-1913)

Nederlanders
:
A. Le Conte = Adolf le Comte (1850-1921)
Henry Hoek = Henri Frits Marie Hoek (1877-1901)
NB.

Bernard Lintott = Edward Barnard Lintott (1875-1951)
Lodi = ?professor Faber = Ludwig E. Faber (1855-1913)

* take us into an enchanted land, but without crossing the frontier of reality: mariners in galleys of vermilion are in grievous peril of sirens in a blueveined cove.
Mr. Moffat Lindner shows us water - Dordrecht with its broad-beamed barges reflected in the amber water.Mr. Lindner speaks in short staccato sentences of colour : sometimes it is an English river with a screen of trees, sometimes a sand dune crowned by a white cloud, but always the short crisp sentence, brilliant and clear.
[http://www.archive.org/stream/studiointernatio14t16londuoft/studiointernatio14t16londuoft_djvu.txt]

Laatst gewijzigd: september 2008