Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Scheiding nalatenschap Johannes Larij en Johanna Vleesman (1874)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 20 (Notarissen Dordrecht)
Inventarisnummer: 2036 (notaris Johannes Schuijten)

(transcriptie: E. van Dooremalen)

Scheiding nalatenschap Johannes Larij en Johanna Vleesman (1874)



akte 24-9-1874 (akte 275) Larij-Vleesman


AKTE 275 (scheiding; 24-09-1874)

Den 24 September 1874 verschenen voor mij Notaris Johannes Schuijten Huibertszoon Notaris in het Arrondissement te Dordrecht ter standplaats Dordrecht, in tegenwoordigheid van de natenoemen getuigen.
Alsmede in tegenwoordigheid van den Edel Achtbaren Heer Mr. Hendrik Willem Fangman, Kantonrechter van het eerste kanton Arrondissement Dordrecht, wonende te Dordrecht.

De Heer Christiaan Larij, Huisschilder, wonende te Dordrecht.
De Heer Johannes Larij, zonder beroep, wonende te Dordrecht.
En de Heer Hendrik van der Kloet, meester Kleermaker en winkelier, wonende te Dordrecht als voogd over de twee nog minderjarigen Johanna Heiltje en Roeland Larij, daartoe benoemd en als zoodanig beëedigd door voornoemden Heer Kantonrechter op den 25-7-1866 blijkens geregisteerd proces-verbaal van dien datum.

En in tegenwoordigheid van den Heer Albert van den Bergh, kolenmeter, wonende te Dordrecht in zijne hoedanigheid van toeziend voogd in de voogdij over voormelde twee minderjarigen daar toe mede op den 25-7-1866 benoemd en als zodanig beëedigd door voornoemden Heer Kantonrechter, blijkens voorschreven proces-verbaal van dien datum.

Zijnde voornoemde Christiaan en Johannes Larij met voormelde twee minderjarigen nagelaten kinderen van de erflaters de Heer Johannes Larij, in leven kantoorbediende en schilder en Mejufvrouw Johanna Vleesman, echtelieden en gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, laatstgenoemde den 12-7-1866 en eerstgemelde den 19 juli daaraanvolgende, en als zoodanig ieder voor een vierde gedeelte erfgenamen bij versterf der nalatenschappen van hunne voornoemde ouders.
Te kennen gevende
Dat van de gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen van de erflaters voornoemde echtelieden de Heer Johannes Larij en Mejufvrouw Johanna Vleesman, op den 17-9-1866 door en ten overstaan van Huibert Schuijten destijds Notaris te Dordrecht, in tegenwoordigheid van getuigen, een inventaris is opgemaakt, en voor haar verleden, welke vervolgens is geregistreerd.
Dat de gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen zoo na mogelijk tot effenheid en deelbaarheid gebracht zijn, en dat men tot scheiding en verdeeling derzelve zullende overgaan.
Bepaald heeft dat daaronder niet begrepen en mitsdien in natemelden staat niet opgenomen zullen worden eene vordering ten lasten van J. de Haan, naar dato een April 1853 groot 400 gulden rentende vijf percent s'jaars, en eene vordering ten lasten van A.C. van Wageningen Jr van dato 18-6-1857 groot 300 gulden, vervallende acht dagen na opzegging met bijbetaling van vijf percent interest per jaar, als welke beide vorderingen provisioneel gemeen en onverdeeld gehouden worden, doch dat voor het overige alles wat tot deze gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen behoort zal worden gescheiden en verdeeld.

Dat men om daartoe te kunnen geraken benoemd had drie deskundigen, om het daartoe behoorend onroerend goed te waardeeren, dat die deskundigen na vooraf door welgemelden Heer Kantonrechter op den 25-8-1874 te zijn beedigd, dat onroerend goed gewaardeerd en daarvan opgemaakte te hebben eene akte in dato 29-9-1874. Geregistreerd te Dordecht 21-9-1874 deel 84 folio 94 verso, vak 2, een blad geen renvooi. Ontvangen voor recht f 0,80 voor 38 opcenten f 0,305 te zamen f ,105. De ontvangen (geteekend) v. Kuffeler.

Dat men vervolgens overeengekomen is om de goederen in staat te brengen als volgt:

het onroerend goed overeenkomstig de bepalingen der Wet, tegen de waarde waarop het door de drie deskundigen is geschat, de effecten voor zoover die op de prijscourant vermeld zijn tegen den prijs waarop die op de officiele prijscouranten voor den derden Augustus 1874 voorkomen, de daarop niet voorkomende tegen het volle kapitaal, en de indoelden etgend e waarde waarop die bij voormelden inventaris door een daartoe benoemd en beëedigd deskundige is geschat, terwijl onder de blijkens voormelden inventaris aanwezige comptoor geelden zullen worden oopgenomen de intevoeren boekschulden, volgens de gedreven geweest zijnde schildersaffaire welke ingekomen zijn;
alles met bijvoeging der revenuen of interesten voor zoover die daarbij berekend kunnen worden tot den eerste Augustus 1874 op welken dag ieder geacht zal worden in het bezit en genot van het aan te bedeelene te zijn getreden, en daartegen daar ook sedert dien dag de daaraan verbonden lasten en bezwaren zal moeten dragen en betalen.
En aangezien op verzoek van de comparanten tot de voorgenomen scheiding en verdeeling, voor mij Notaris en de getuigen in tegenwoordigheid van welgemelden Heer Kntonrechter, bijd eze akte warvan het ontwerp door zijn Edel Achtbare bevorens goedgekeurd is, zal worden voergegaan, zoo volgt als nu als

Staat
van hetgeen waaruit voorschreven gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen beghalve voormelde in het gemeen te houden vordringen blijkens voornoemde inventaris bestaat.

Artikel een.
Een huis en erf, met werkplaats daarachter staande en leggende te Dordrecht, aan de Wijnstraat, tusschen de Nieuwburg en de Wijnbrug op den hoek van den hengstensteiger, geteekend B.24, Kadaster Sectier F. Nummero 1282 en 1283 ter groote van een are 83 centiaren, in voege in het voorbericht is gezegd gewaardeerd op f 5500.

Artikel twee.
Een origineel bewijs van inschrijving van lasten van Rusland bij Stieglitz en Compagnie, zesde leening, van 1755, rentende vijf percent Nummer 406745/29745, groot vijf honderd zilveren roebels of 10000 gulden, naar voormelde prijs courant waardig 88 en 1/2 percent dus, f 882,50;
Met de daarbij behoorende halfjarige interestencoupons, waarvan de eerste vervalt den ersten October 1874, dus voor interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 16,66;

Artikel drie.
Eene obligatie ten lasten van Rusland rentende drie percent van 1859, Nummer 26941, groot honderd pond sterling op 12 honderd gulden, als voren waardig 72 percent, dus f 864,-.
Met de daarbij behoorende halfjarige interestencoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten November 1874, dus voor interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 9,-

Artikel vier.
Twee Obligatien ten lasten van Rusland rentende vijf percent zevende leening van 1862 Nummers 23060/108060 en 660709/145709, ieder groot honderd pond sterling of 1200 gulden dus te zamen 2.400 als vorens waardig 99 3/4 percent, dus f 2394;

Artikel vijf.
Vijf Obligatien ten lasten van Oostenrijk, vijf percents papierrente, Nummers 132099, 132100, 13210, 132102 en 132103 ieder groot honderd florijnen of honderd twintig gulden dus te zamen 600 gulden, met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons waarvan de eerste vervallen den eersten Februari 1875, als voren waardig 63 percent, dus f 278,-

Artikel zes.
Twee Obligatien ten lasten van Oostenrijk vijf percents papierrente, Nummers 214512 eb 214513, ieder groot duizend florijnen of twaalf honderd gulden, dus te zamen twee duizend vier honderd gulden, als voren waardig 62 en 3/4 percent, dus f 1506,-
Met de daarbij behoorende halfjaarlijke interestcoupons, waarvan de eerste vervallen den eersten November 1874, dus voor interest van den eerste Mei tot den eersten Augustus 1874, f 30,-

Artikel zeven.
Drie Obligatien ten lasten van Oostenrijk, vijf percent zilverrente, Nummers 117776, 339370 en 363592, ieder groot duizend florijnen of twaalf honderd gulden, dus te zamen drie duizend zes honderd gulden, als voren waardig zes en zestig en een 1/2 percent, dus 2394,-
Met de daarbij behoorende halfjarig interestcoupons waarvan de eerste vervallen den eerste Januari 1875 dus voor interest van den eersten Juli tot den eersten Augustus 1874, f 15,-
De onder de artikels vijf, zes en zeven voorschreven tien obligatien ten lasten van Oostenrijk zijn in plaats gekomen van de bij den inventaris vermelde tien verschillende obligatien ten lasten van Oostenrijk, welke geconverteerd zijn moeten worden.

Artikel acht.
twee aandeelen in de geldleening groot zeven duizend vijf honderd gulden, ten lasten van de Buiten Societeit Kunstmin, van dato 15-8-1860 rentende vier percent, Nummers 44 en 45, ieder groot 25 gulden, dus te zamen 50 gulden, met de daarbij behoorende heeljarige interestcoupons, waarvan de eerste vervallen den eersten Augustus 1875, f 50,-

Artikel negen.
Zes bewijzen van aandeel in de geldleening ten behoeve van den Heeren der Societeit de Vriendschap te Dordrecht va dato 6-11-1857 Nummers 187, 188, 189, 190, 181 en 192, ieder groot 16 gulden, dus te zamen f 96,-
Met de daarbij behoorende heeljarige interestcoupons ieder groot tachtig cent, waarvan de eerste vervallen den eersten November 1874, dus voor interest van den eersten November 1873 tot den eersten Augustus 1874, f 3,60

Artikel tien.
De inboedel intevoege als in het voorbericht is gezegd gewaardeerd op f 1749,10.

Artikel elf.
En de volgens den inventaris aanwezige comptaar gelden vermeerderd met de daarbij vermelde intevorderen boekschulden wegens de gedreven geweest zijnde schildersaffaire welke ingekomen zijn, drie duizend zes honderd acht en tachtig gulden zes en zeventig cents, f 3688,76
Waaruit betaald zijn de bij den inventaris omschreven schulden ten bedrage van f 985,56
Blijft f 2.703.20
Mitsdien hebben deze gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen eene zuivere waarde van f 18.621,06.
Waarvan ieder een vierde gedeelte bedraagt f 4655,265.

Scheiding.

In voldoening van elks aandeel wordt bij deze in vollen vrijen eigendom toegescheiden een aanbedeeld te weten:

Ten eerste: Aan den comparant de heer Christiaan Larij.
Het huis en erf met werkplaats daarachter in den staat onder artikel een omschreven voor f 5500,-
Hem komt als voren slechts voor 4.655 en 26 1/2 cent, f 4655,265
Dus krijgt hij te veel en is door hem in comptant [contant] geld ingebracht f 844,735

Ten tweede: Aan den comparant de heer Johannes Larij.
  • [a] Het in den staat onder artikel twee gebrachte originele bewijs van inschrijving, ten laste van Rusland bij Stieglitz en Compagnie van 1855 groot 500 zilveren roebels of duizend gulden tegen 88 en 1/4 percent, dus f 882,50;
    met de daar bij behoorende halfjarige interestcoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten October 1874 dus voor interest van den eerste April tot den eersten Augustus 1874, f 16,66;
  • [b] De onder artikel drie gebrachte obligatie ten lasten van Rusland, van 1859 groot 100 pond sterling of twaalf honderd gulden, tegen 72 percent, dus f 864;
    Met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten November 1874 dus naar interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 9,-
  • [c] Een van de onder artikel zeven vermelde obligatien ten lasten van Oostenrijk, vijf percents zilverrente Nummer 117776, groot duizend florijnen of twaalf honderd gulden tegen zes en zestig en een half percent, dus f 798,-
    Met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten Januarij 1875 dus van interest van den eersten Juli tot den eersten Augustus 1874 f 5,-
  • [d] Twee van de onder artikel negen gemelde bewijzen van aandeel in de geldleening ten behoeve van den heeren der Societeit de Vriendschap te Dordrecht, Nummers 187 en 188 ieder groot 16 gulden, dus te zamen f 32,
    Met de darbij behoorende heeljarige interestcoupons, waarvan de eerste vervallen den eersten November 1874 dus voor interest van den eersten November 1873 tot den eersten Augustus 1874, f 1,20
  • [e] De inboedel onder artikel tien gebracht van f 1749,10
  • [f] En tot suppletie in comptant geld f 297,805
  • = f 4655,265

    Ten derde: Aan den comparante de Heer Hendrik van der Kloet als Voogd over voornoemde minderjarige Johanna Heiltje Larij, en alzoo ten behoeve van die minderjarige..
  • [a] Een van de onder artikel vier van den Staat gebracht Obligatien ten lasten van Rusland, van 1862, Nummer 623068/1088060 groot 100 pond Sterling of 1200 gulden tegen 99 3/4 percent, dus f 1197
    met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons waarvan de eerste vervalt den eersten November 1874 dus voor interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 15,-
  • [b] Drie van de onder artikel vijf gebrachte Obligatien ten lasten van Oostenrijk vijf percent papierrente Nummers 132099, 132100 en 132101, ieder groot 100 florijnen of honderd twintig gulden dus te zamen 360 gulden met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons, waarvan de eerste vervallen den eersten Februarij 1875 tegen 63 percent, dus f 226,80;
  • [c] Een van de onder artikel zes gebrachte obligatien ten lasten van Oostenrijk vijf percents papierrente November 214512 groot 1000 florijnen of 1200 gulden tegen 62 en 3/4 percent, dus f 753,-;
    Met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons waarvan de eerste vervalt den eersten November 1874, dus voor interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 15,-
  • [d] Een van de onder artikel zeven vermelde obligatien ten lasten van Oostenrijk, vijf percents zilverrente Nummer 339370, groot 1000 florijnen of 1200 gulden tegen 66 en een half percent, dus f 798,-;
    Met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons waarvan de eerste vervalt den eersten Januarij 1854, dus voor interest van den eersten Juli tot den eersten Augustus 1874, f 5,-
  • [e] Eén van de onder artikel acht gebrachte aandeelen in de geldleening groot 7500 gulden, ten lasten van de buiten Societeit Kunstmin Nummer 44, groot 25 gulden, met de daarbij behoorende heeljarige interestcoupons waarvan de eerste vervalt den eersten Augustus 1875, f 25,-
  • [f] Twee van de onder artikel negen gebrachte bewijzen van aandeel in de geldleening ten behoeve van den heeren Societeit de Vriendschap te Dordrecht Nummer 189 en 190 ieder groot 16 gulden dus te zamen, f 32,-
    Met de daarbij behoorende heeljarige interestcoupons, waarvan de eerste vervallen den eersten November 1874 dus voor interest van den eersten November 1873 tot den eersten Augustus 1874, f 1,20
  • [g] En tot suppletie on comptant geld f 1587,265
  • = f 4655,265

    En ten vierde: Aan den comparante de Heer Hendrik van der Kloet als Voogd over voornoemde minderjarige Roeland Larij, en alzoo ten behoeve van dien minderjarige..
  • [a] De nog overige obligatie van de onder artikel vier gebrachte Obligatien ten lasten van Rusland van 1862 Nummer 660709/145709, groot honderd pond Sterling of 1200 gulden, tegen 99 en 3/4 percent, dus 1197,-;
    Met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten November 1874 dus voor interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 15,-;
  • [b] De twee nog overige obligatien de onder artikel vijf gebrachte obligatien ten lasten van Oostenrijk, vijf percents papierrente, Nummers 132102 en 132103, ieder groot honderd florijnen of 120 gulden, dus te zamen f 240 met de daarbij behoorende halfjarige interestcoupons waarvan de eerste vervallen den eerste Februarij 1875 tegen 63 percent, dus f 151,20;
  • [c] De nog overige Obligatie van de onder artikel zes gebrachte obligatien ten lasten van Oostenrijk vijf percents papierrente, Nummer 214513, groot duizend florijnen of 1200 gulden tegen 62 en 3/4 percent, dus f 753,-;
    Met de daarbij behorende halfjarige interestcoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten November 1874, dus voor interest van den eersten Mei tot den eersten Augustus 1874, f 15,-
  • [d] De nog overige Obligatie van de onder artikel zeven gebrachte obligatien ten lasten van Oostenrijk, vijf presents zilverrente, Nummer 303592, groot duizend florijnen of 1200 gulden tegen 66 en een half percent, dus f 798,-;
    Met de daarbij behorende halfjarige interestcoupons waarvan de eerste vervalt den eersten Januari 1875, dus voor interest van den eersten Juli tot den eersten Augustus 1874, f 5,-;
  • [e] Het nog overige aandeel van de onder artikel acht vermelde aandelen in de geldleening, groot zeven duizend vijf honderd gulden ten lasten van de buiten Societeit Kunstmin Nummer 45, groot 25 gulden, met de daarbij behoorende heeljaarige interestcoupons, waarvan de eerste vervalt den eersten Augustus 1875, f 25,-;
  • [f] De twee nog overige bewijzen van de onder artikel negen gebrachte bewijzen van aandeel in de geldleening ten behoeve van den heeren der Soceiteit de Vriendschap te Dordrecht Nummers 191 en 192 ieder groot 16 gulden dus te zamen f 32,-
    Met de daar bij behorende heeljarige interestcoupons, waarvan de erste vervallen den eersten November 1874 dus voor interest van den eersten November 1873 tot den eersten Augustus 1874, f 1, 20
  • [g] En tot Suppletie in comptant geld f 1662, 865
  • Samen zijn aandeel ter Som van = f 4655,265

    Zullende de kosten van den inventaris en der scheiding alsmede de verdere beredderingskosten, door de deelgenooten ieder in evenredigheid van derzelven aandeel gedragen worden.
    Verklarende de Comparanten dat voorschreven onroerend goed den erflater aangekomen is bij akte van verkoop, afstand en overdracht den 15de Mei 1866 voor Huibert Schuijten, destijds Notaris te Dordrecht, in tegenwoordigheid van getuigen, verleden vervolgens geregistreerd en waarvan een afschrift is overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht den 9-5-1866 deel 225 Nummer 47.
    Voorts verklaren de comparanten al het vorenstaande in allen opzichte goed te keuren en van volkomen waarde te houden, en daarmede de gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen van voornoemde echtelieden de Heer JOHANNES LARIJ en Mejufvrouw JOHANNA VLEESMAN geheel en al begroot, vereffend en gescheiden of verdeeld te hebben, niets daarvan uitgezonderd, door alleen als in voorbericht vermelde twee vorderingen Welke zooals daarbij is gezegd provisioneel gemeen en onverdeeld worden gehouden.

    Bekennende de comparanten, deelgenooten in prive en qualiteit, elk hetgeen aan hem of aan degenen welke ten deze worden vertegenwoordigd is aanbedeeld, in voege en zoodanig als hiervoor staat vermeld, en ten aanzien van het onroerend goed, met de papieren en bewijzen van eigendom voor zoover die voorhanden waren, ontvangen overgenomen en onder zich geslagen te hebben, en dienvolgende elkander, wegens voorschreven gemeenschappelijke boedel en nalatenschappen over en weder volkomen en zonder eenige de minste voorbehouding van alleen voormeld twee vorderingen te quiteeren en dechargeeren met belofte en verbintenis om zich te allen tijde dien overeenkomstig te zullen gedragen, onder afstand van alles was daarmede strijdig zoude mogen zijn, alles onder vriojmaking zooals ten aanzien van boedelbescheidingen bij de Wet is vastgesteld.

    Wijders verklarend e comparanten toe te stemmen dat de overschrijving dezer akte, in de daar toe bestemde openbare registers te Dordrecht, geschiede naar een Authentiek uittreksel derzelve.
    Waarvan akte.
    Aldus verleden te Dordrecht voor mij Notaris in tegenwoordigheid van Johannes Gijsbertus Morrees, candidaat notaris en Adrianus Nicolaas de Vries, kantorbediende, beiden wonende te Dordrecht als getuigen.
    En is deze Minuut door de comparanten aan mij Notaris bekend zijn door Heer Kantonrechter de getuigen en mij Notaris onmiddellijk na gedane voorlezing ondertekend.a
    C. Larij
    J. Larij
    H. van der Kloet
    A. v.d. Bergh
    H.W. Fangman
    J.G. Moorrees
    A.N. de Vries
    J. Schuijten Hz, Notaris

    Laatst gewijzigd: november 2019.