Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: scheepswerf Gerrit van Striemen (1808), scheepswerf Jan Schouten (1809), blekerij Hendrik Claassen (1811)


Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1377 (notaris Gerrardus Telders, 1808)

(folio 769) Verkoopvoorwaarden No. 92.
Voorwaarden waarop Alida Norenburg weduwe en universeele Erfgenaame van wijlen Gerrit van Striemen wonende even buiten, doch onder de Jurisdictie dezer Stad, voornemens is, heden den 27 Junij 1808, in 't openbaar te doen veulen, en den 2e Julij daaraan volgende, ten huize van Arie Buitenweg, kastelein in het Koffijhuis, op de Voorstraat, binnen deze stad Dordrecht, bij den afslag te verkoopen.
Een scheepstimmerwerf met deszelfs Huizingen en Loots, mitsgaders twee Scheeps hellingen, staande en gelegen op de Hellingen, even buiten de Sluis en Spuipoorten; te Dordrecht, belend aan beiden zijde met de Panden van den Heer Jan Schouten, getekend E No. 87, met al het gene daarin de Verkoperesse toebehorende aart en Nagelvast is, uitgezondert zo dat gene, wat alleen uit voorzorg tegens vallen, verschuiren of diergelijke zoude mogen zijn vastgemaakt en hieragter in 't bizonder zal worden gemeld, en voorts met alle zodanige lijdende en heerschende dienstbaarheden, als de te verkoopen Werf en gevolgen maar eenigzints heeft, of is onderworpen, ingevolgende de oude Brieven en andere bescheiden daarvan zijnde, welke voor zoveel de verkoperesse, die op haar woord gevonden en onder zich heeft aan den Koper bij 't doen der opdragt zullen worden overgeleverd, En gezuiverd of door de verkoperesse te zuiveren, van alle zo gewoone Lasten, welke maar eenigzints op voormelde Scheepstimmerwerff en gevolgen tot de met den laatsten Desember 1807, ingeslooten zijn staande, dog meerder nog verders niet, involge alle verkoren en andere Lasten, na bovengestelde tijden verloopen zullen koomen voor Rekening en ten Lasten van den kooper, en welke Scheepstimmerwerf en gevolgen door den Koper met ultimo Desember 1808 of zo veel eerder als de verkoperesse zal goedvinden, zal kunnen worden aanvaard, uitgezondert het voorste gedeelte, 't welk is verhuurt tot P(rim)o Mei 1809, om f 54,- in 't Jaar, welke huur den kooper zal moeten gestent doen en deze voortrekken en genieten de huur na p.o Nov: aanstaande te verschijnen.
De verkoping welke zal geschieden bij inzetting en verhoging en daar bij afslag, als bij dezelve te zeggen werd gedaan, om Guldens van twintig Stuivers 't stuk, en bovendien een Stuiver van de Gulden tot rantsoen en eens Negen Guldens, voor een dubbeld dezer in 't bezorgen van een opdragt met de gevolgen en aankleven van dien, een en ander zonder eenige korting, vergelijking of diergelijke of anders wat hoedanig, onder wat voorwenden of uit welken hoofden, zulks zijn mogten, te betalen in goed hollands zilveren geld, dog geen Schellingen, heele nog gedeeltens van Rijksdaalders en geen mindere munt dan zesthalven, uitterlijk op of voor den 30 Julij aanstaande, aan handen en ten huize van den Notaris en Procureur Gerrardus Telders, te Dordrecht na welke betaling en volstrekt niet eerder zal werden gedaan, de vereischte opdragt, waarbij de verkoperesse zonder immer of in eenigerleij wijze, in eenige waarborgen, waarmakingen of iets diergelijke gehouden te willen of zullen zijn, alleen voor de vrijwaring zal verbinden haar
persoon en Goederen En ook niet te min het te verkopene aanstonds, na t sluiten van de koop, in allen schijn, of alles zijn volkomen beslag hadden, zijn en staan zal, ten lasten en gevare van den kooper, zullende door den koper alleen en in t geheel moeten worden gedragen en betaalt, alle Lasten en onkosten, van wat aart of Natuur die zijn mogten, geen hoegenaamd uitgezonderd, als ter zaake van den opdragt, verboeking en t bekomen van den eigendom, maar enigzints vallen of zullen moeten worden betaalt.
En zullen die gene welkers Bod men bij de veiling aanneemt, in bij dezelve bij verhoging het meeste bieden voorstrijkgeld genieten veertien Guldens, dan waarvan zal werden ingehouden den Tienden Penning voor den Huisarmen der stad Dordrecht, en de genieter van t Strijkgeld zijn bod gestand moeten doen tot s'avonds tein uuren van den dag der verkoping, en de verkoperesse inmiddels vrijheid hebben, 't geveilde of afgeslagene op te houden, aan een ander te verkopen of aan die t strijkgeld genoten heeft, voor zijn gebodene te gunnen, invoegen de verkooperesse zal goed vinden.
Dan zal t geveilde ten dage te verkooping worden opgehangen en afgeslagen ... etc.

... Onder de Koop van voors.Scheepstimmerwerf en gevolgen zal begreepen zijn de twee Scheepshellingen benevens deszelfs Blok en twee ijzere Schalmen, doch daarvan uitgezondert alle de Gereedschappen geene uitgezondert, welke door den Kooper des verkiezende voor zodanige prijs zullen kunnen worden aangestaan en overgenomen, als waarop dezelven door twee Neutrale deskundige Persoonen zullen worden gestelt.
Het hoogste ingezet bij Gijsbert de Klerk, Timmermansbaas, wonende binnen deze Stad, voor de Somma van Twee duizend zeven Honderd Guldens.
Opgehangen op eene Somma van Vijf duizend Guldens en afgeslagen to op de somma van twee Duizend zeven Honders tien Guldens, is de voornoemde scheepstimmerwerf en gevolgen daarvoor gemijnd bij Adrianus van Striemen, Mr. Loodgieter, wonende binnen deze Stad, dewelke vorenstaande koop op vorengemelde conditie en voorwaarden verklaarde aanteneemen, voor hem of die hij binnen drie dagen zal noemen.
Aldus gedaan geveild, opgehangen, afgeslagen, verkogt ten Jare maand en dagen als in 't Hoofd dezes gemeld, door en ten overstaan van mij ondergeteekende Gerrardus Telders, Koninglijk Notaris bij den Hove van Holland geadmitteert binnen Dordrecht residerende en zulks ten bijwezen en in tegenwoordigheid van Jacobus de Koning Anthonijszoon en Pieter van Oldelnborg Junior, als Getuigen.
KANTLIJN: Op heden den 4 Julij 1808 heeft de neventaande Adrianus van Striemen tot koper van dikwerf gemelde werf en gevolgen genoemd en gesteld Gerrit van Striemen, Mr. scheepstimmerman, even buiten deze Stad, dwee verklaarde hetzelve op voorz. conditie en voorwaarden te accepteeren.

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1378 (notaris Gerrardus Telders, 1809)

(folio 125) Declaratoir nopens eene gegeven keuse No. 46.
Den zestiende maart 1809 Compareerde voor mij Gerrardus Telders, Koninglijk Notaris, bij den Hove van Holland geadmitteert, binnen Dordrecht residerende, ten bijwezen van de nagenoemde getuigen.
De Heer Jan Schouten, wonende even buiten doch onder de Jurisdictie dezer Stad, van zijne Majestiteit den Koning van Holland, geobtineerd hebbende brieven van Veniam aetatis [meerderjarigheidsverklaring] van dato debn 10e December 1808 welke aan mij Notaris op het verleiden dezes in originali zijnde vertoond.
Te kennen gevend, dat wijlen zijnen Vader de Heer Jan Schouten bij Mutueel testament den Drie en twintigsten April 1805, met zijne Moeder Mejuffrouw Maria Boet, voor mij Notaris en getuigen verleden aan hem comparant heeft gelaten en gemaakt de vrijheid en keuze om uit de gemeenen Boedel aan te staan en te naderen, alle de navolgende Panden of een of meer van dezelve allen staande en gelegen buiten de Sluispoort der Stad Dordrecht, voor zodanige Prijs als bij ieder derzelve Staat gemeld, als:
Een Achtkante wind Hout zaagmolen genaamt den Eendragt, met deszelfs Huizingen, Lootsen, houtbergenissen en slikken, mitsgaders drie Huizen, met het Erf, tot agter aan de zogenaamde twintig Huisjes [Twintighuizen], alsmede een Tuin met deszelfs Huizingen en verdere gevolgen, alles annex den anderen, op Stads en Dubbeldamsche grond, En dat voor de Somma van Vijfentwintig Duizend Guldens.
Een achtkante Wind Hout Zaagmolen genaamt den ouden Zager, met alle deszelfs Huizingen, lootsen Houtbergenissen en verdere gevolgen op Dubbeldamsche grond, voor de Somma van Twaalf Duizend Guldens. Een Loots geapproprieert tot een Mastemakerij, staande en gelegen in de zogenaamde Twintig Huisjes [Twintighuizen], met de Houtbergenissen daar agter, voor de Somma van Zes Hondert Guldens.
Een Scheepstimmerwerff, met deszelfs Lootsen en gevolgen, staande aan de Oostzijde van de Kalkhaven, belend met de Loots van de Heeren Frank van der Schoor en Zonen aan de eene, ende Straatweg aan de andere zijde, voor de Somma van Vijf Duizend Guldens.
Een Scheepstimmerwerff, genaamt den Orangeboom, met deszelfs Huizingen, Lootsen en verdere gevolgen, staande en gelegen aan den afgang van de Hellingen, mitsgaders sleephelling en daartoe behoorende Gereedschappen, alsmeede Sleep, Ketting, Rolle, towyen en blokken, alles voor de Somma van Twee Duizend Guldens.
Voors alle de Slikken en Houtbergenissen door voorn. zijnen vader Jan Schouten nagelaten, geen uitgezondert.
Alsmede om insgelijke te mogen aanstaan en overnemen, alle Vlotten, Ponten, Schuiten en gereedschappen tot de Scheepmakerij behoorende, alsmede alle de Houtwaren, welke op zijn Vaders overlijden, voorhanden waren, mitsgaders alle de Schepen of Scheepsportien, welek door zijn Vader zijn nagetlaten, en almede op de zijn overlijden zijn gevonden of een of ander vand at alles, en dat alles voor zodanige Prijs of waarde, als waarop de voormelde Vlotten, Ponten, Schuiten, gereedschappen, Houtwaren en Schepen of Scheepsporten, door vier Neutrale en deskundige persoonen, aan wederzijden namentlijk aan de zijde van zijne bovengenoemde Moeder, en aan de Zijde van hem Comparant, ieder twee Taxateurs, ten kosten van de gemeenen Boedel te benoemen, en te verkiezen, zullen zijn getaxeert.
Dat alverder aan hem Comparant is gemaakt, de vrijheid en keuze, om over tenemen en aan te Staan, alle de Profijtelijke Boekschulden, welke op zijn Vader overlijden zijng bevonden, van zoverre die op zodanig overlijden, neit geheel slegt of twijffelagtig waren.
Alles nogthans, met dien verstande dat de voorz. vrijheid en keuze, door zijnen Vader invoege als boven aan hem Comparant, gelaten en gemaakt, geenszins anders is geschiede, gelaten en gemaakt, dan onder de volgende mitsen en bepalingen, te weten:
Dat hij Comparant het montant der hiervoren ... etc.

Aldus verleden te Dordrecht in tegenwoordigheid van Hendrik Roodenburg en Pieter van Oldenborgh Junior, als Getuigen.
Jan Schouten, Maria Boet weduwe Jan Schouten, H. Roodenburg, P v. Oldenborgh junior, G. Telders.

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1382 (notaris Gerrardus Telders, 1811)

Transport van Een Bleek en gevolgen voor Een Duizend, vier Honderd guldens No. 313.
Den Dertigsten Desember agttien Hondert Elf, voor den middag Compareerde voor Gerrardus Telders, en zijnen ambtegenoot beiden keizerlijk Notarissen te Dordrecht residerende derde Arrondissement van het Departement der Monden van de Maas.
Den heer Servaas Hendrik Lotzij avoué bij het Tribunal ter eerste instantie, residerende te Dordrecht, wonende aldaar op de Vest bij de Sint Joris Poort in het Huis geteekent Letter C Nummer 1139 [C1139] als last en Procuratie hebbende van Huibertus Claassen, Johannes Claasen, Pieter Claassen, allen wonende te Rotterdam zo voor zich dan nog als instaande ende ratocaverende voor hunnen Broeder Anthonij Claassen, mede te Rotterdam, en al zogezamentlijk nagelaten kinderen en Erfgenamen van Hendrik Claassen, gewoond hebbende en op vier- en twintigsten April laatstleden, in 't Kromhout even buiten voornoemde Stad overleden, ingevolge dezelve Procuratie den Derden Meij laatstleden voor eerstgemelde Notaris en mede ambtgenoot verleden, en waarvan de Minute onder eerstgemelde Notaris is berustende, tot welke Minute men zich ten deze refereert.
Dewelke verklaarde in zijne voorschreve qualiteit, verkogt te hebben en mitsdien in vollen vrijen eigendom overtedragen aan en ten behoeven van Arnoldus de Groot, wonende in het Kromhout, even buiten deze Stad in het Huis getekend E No. 8, de Beterschap van Een Bleek bestaande in Drie velden met de Huizingen staande en gelegen in het Kromhout even buiten de Stad Dordrecht belend met de Bleekerij van Jan Brand, aan de eene en 't Huis en land van voornoemde Arnoldus de Groot aan de andere zijde, getekend oud E. No. 154 en nieuw 136 [E154 - E136], en dat zo en in diervolgende als de voormelde Bleek, en Huizingen, door voormelde Hendrik Claassen met de dood is ontruimd en na gelaten, en aan denzelven in zijn leven doorgemelde Arnoldus de Groot op den vijftiende Desember 1810, voor Schepenen der Stad Dordrecht en van de Merwede getransporteert; en verder met zodanig lijdende en heerschende dienstbaarheden als voornoemde Bleekerij en gevolgen maar eenigzits heeft en onderworpen is, geene van dien utigezondert; Bekennende hij Comparant in naam van zijne hierevengemelde Principale van de kooppenningen van de hier boven getransporteerde Bleekerij en gevolgen ter Somma van Een Duziend vier Hondert Guldens (gelijk staande met Een Somma van Twee Duizend negenhondert veertig franken) voldaan en betaald te zijn, en daar voor den voornoemde kopper in naam van zijne Principale te quiteren, met belofte in naam van zijne principalen, van de voornoemde kooper te zullen doen en laten genieten zodanig recht als zijne principalen in hunnen voorzeide qualiteit aan de bovengemelde Bleekerij en gevolgen hebben gehad en zoude hebben kunnen uitoeffenen, daar voor de tegenwoordig en toekomende goederen van zijnen volmagtigers te verbinden, volgens de Wet.
Nog compareerde voor opgemelde Notarissen meergenoemde Arnoldus de Groot dewelke verklaarde voorenstaande transport en Cessie te Accepteren, en zijne aanvoornoemde Notarissen vertoont,eerstelijk het Permissie Billet van den Regulateur op het Recht van Successie binnen de Stad Dordrecht M:G: Rees van dato den Derden Meij 1811 en ten tweeden de quitantie der verponding en additioneele Stuiver over den Jare 1811.
Gedaan en gepasseerd te Dordrecht, ten Huize van eerstgemelde Notaris, op de Groenmarkt in het Huis getekent Letter A Nummero 40 [A40] in tegenwoordigheid van gemelde Notarissen, en op behoorlijke aanmaning na gedane voorlezing is de Minute die gebleven is, in bewaring en bezit van voornoemde Telders door der Comparant en gemelde Notarissen getekent.
S.H. Lotsij, Arnoldus de Groot, J. van Laren (Notaris), G. Telders (Notaris).

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1744 (notaris P.S. Schull, 1815)

(114) Op heden den 4-8-1815 Compareerde voor Mr. Peter Steven Schull, Advocaat en deszelfs mede ondergetekende Ambtgenoot beijde openbaar Notarissen te Dordrecht in Zuid-Holland residerende:
De Heer Pieter Johannes Bloemendaal Garenbleker, wonende even buiten deze Stad, aan den tweden Cingel of Zandweg E No. 662/589.
Dewelk erkende bij deze, wel en deugdelijk schuldig te zijn aan en ten behoeve van den Heer Julius Dominicus Schultz van Haegen, Notaris, wonende binnen gemelde Stad; alhier tegenwoordig, en voorschreve erkentenis, word hem, zijne Erven, of Rechtverkrijgende accepterende eene Somma van Een Duizend Guldens hollandsch courant spruitende uit deugdelijk geleende, en ten behoeven van den Comparant ten zijnen genoegen in contante Specie voor hem uitgeschotene gelden.
Belovende en aannemende de Comparant, om voorschreve Somma van Een Duizend Guldens aan voornoemde Heer Schultz van Haegen, deszelfs Erven of Rechtverkrijgende, in gelijke contante Specie, naar den coms van den dag en alzo in geen papier of andere waarde te zullen teruggeven, met den Eersten Augustus 1816 en bij langer continuatie ten allen tijde, na voorafgaande waarschuwing van drie maanden ....etc.
... tot zekerheid en waarborg voor de teruggave van gemeld kapitaal en betaling der interessen, de Comparant verklaarde te verbinden en in het bijzonder te verhijpothequeren
Een Garenblekerij, bestaande in huijzinge, lootzen, Garen en Waschhuisen, Stalling, vier Velden, en een Gang, met een groot stuk Moesland en Tuijn agter dezelve Velden, en eindelijk een Dam of Kade, lopende voor langs de Vliet in de lengte, tusschen voorschreve Blekerij en het Buitengoed van de Erven van wijlen den Heer Anthonij Balthazar van den Brandeler, en in de breedte tusschen de Vliet en de Stads Weijde; en zulks met alle de roerende goederen en gereedschappen, aan gemelde Blekerij behorende; zoals dezelven bij natemelde acte van verkoop bij de blekerij aan den Comparant zijn verkogt geworden; zijnde dezelve Blekerij gelegen aan de Tweden Cingel of Zandweg, even buiten de Stad Dordrecht getekend E. No 662/589 [E662/E589] belend ten oosten aan de Blekerij van den Heer Jurphaas van Rietschoten, ten weste aan de Stads Weijde, ten noorden aan de Zandweg voormeld, en ten zuiden Strekkende tegen het Buitengoed van gemelde eerven van den Heer Van den Brandeler.
De Comparant aangekomen bij koop uit den gerepudieerde boedel van wijlen Mejuffrouw Johanna van der Meer, volgens proces verbaal den 29ste Maart 1813 door den Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen en deszelfs Amptgenoot te Dordrecht geformeerd, behoorlijk geregistreerd. Welke voorgemelde Garenblekerij en gevolgen, de Comparant verklaarde te zijn belast met eene inschrijving, gedaan ten behoeven van Mejuffrouw Margaretha van der Horst, meerderjarig en ongehuwd binnen deze Stad, en den Heer Johannes Koekelis, Eigenar even buitren gemelde Stad, bij het Bureau der hypotheken te Dordrecht den 4de September 1813 voor eene Somma van f 2.500; en voor het overige zo als de Comparant verklaarde vrij en onbelast van alle soort van hypothecatien hetzij wettigen, hetzij conventionelen, hetzij gerechtelijken, en dat op Straffe van stellionaat, waarvan de kragt door ons notarissen aan den Comparant is geexpliceerd, en de die verklaard heeft, wel te begrijpen ... etc

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1745 (notaris P.S. Schull, 1817)

(418) Heden den 4 November 1817 Compareerde voor Mr. Peter Steven Schull, Advocaat & Openbaar Notaris in laatstgemelde qualiteit gepatenteerd in de vijfde klasse, volgens Acte uitgegteven van wege het plaatselijk Bestuur der Stad Drodrecht den 25sten Junij 1817 en voor dezelfs mede ondertekende Ambtgenoot insgelijks openbaar en behoorlijk gepatenteerd Notaris beijde residerende te Dordrecht, Landschap Holland Zuider quartier.
De Heer Arnoldus Bauduin, koopman behorlijk gepatenteerd en Schipper op de Maas, wonende te Groot Lith, Provincie Noord-Braband.
Dewelke verklaarde te hebben verkocht en dienvolgens te transporteren en in vollen vrijen Eigendom onbezwaard van eenige Lasten of belastingen over te dragen aan en ten behoeven van de Firma van Van Os & Van den Enden, Zoutzieders behoorlijk gepatenteerd, wonende te Dordrecht voornoemd, (comparerende hiermede voor ons Notarissen de Heer Cornelis Van den Ende, Geässociëerden in gezegde Firma en ten behoeve van dezelve welgemelde koop & cessie accepterende) en dat vrij & vrank op alle Rivieren & Stromen.
Een vaartuig zijnde een Mejol genaamd Nooit Gedacht, lang een honderd en veertig Voeten, wijd 12 Voeten en den Bodem, en hol onder het gangboord voer & een vierde voeten; alles Rijnlandsche Maat, met de volgende goederen, als: twe Masten, twee Raa's, twee spierten, drie Vorken, vier Ankers, een kabel, een Drijflijn, een rooilijn, drie Paardelijnen, een schorerzeil, een ferrie zeil, een stagfok, een Topzeil, een smalzeil, en verder met al deszelfs staande & loopende Want, zoodanig als het zelve vaartuig, reilt en zeilt, en thans is liggende in de keetshaven te Zwijndrecht - aan den Heer Tranportant in Eigendom toebehorende en aangekomen bij koop in den Jare 1811 van Carel Jorisse blijkens Acte gepasseerd voor den Notaris Bloemaerts te Venlo, behoorlijk geregistreerd.
En verklaarden de Comparanten dat dit Transport en koop geschiedde voor en om eene Somma van f 2.000 Guldens Hollandsch Courant, bereids door den Comarant Verkooper genoten en ontvangen, zoo als hij diensvolgens verklaarde de bovengenoemde Firma deswegens volkomen te quitteren ...etc.

(429) Heden den 6-12-1817 Compareerde voor Mr. peter Steven Schull, Advocaat en openbaar Notaris in laatstgemelde qualiteit gepatenteerd in de vijfde Classe volgens acte uitgegeven van wegen het plaatselijk Bestuur der Stad Dordrecht den 26sten Junij 1817 Numero 90 en voor dezelfs mede ondergeteekende ambtgenoot insgelijks openbaar en behoorlijk gepatenteerd Notaris beijde resideerende te Dordrecht Landschap Holland Zuiderquartier.
De Heer Cornelis Van den Ende, koopman wonende op de Varkenmarkt te Dordrecht voornoemd in dezen Contracteerende en handelende voor de Firma van Van Os & van den Enden, Zoutzieders alhier. Verhuurder ter Eenre En
De Heer Arnoldus Bauduin, koopman, behoorlik gepatenteerd en Schipper op de Maas wonende te Groot Lith Provincie Noord-Braband Huurder ter andere zijde
De welken verklaarden aangegaan te hebben het navolgende Huur & Verhuur contract:
Art. 1. De heer Cornelis van den Enden voornoemd verklaart in zijne gemelde relatie te verhuren voor de hier nate melde Somma Een vaartuig zijnde een Mejol genaamd Nooit Gedacht, lang een honderd en veertig voeten, wijd 12 voeten in den bodem, en hol onder het gangboord voer & een vierde voeten, alles Rijnlandsche Maat, met de volgende goederen als twee Masten, twee Ra'ds, twee Sprieten, drie vorken, vier Ankers, een Kabel, een Drijflijn, een voorlijn, drie paardelijnen, een ...etc.
Art. 2. De Huur van voormeld vaartuig en toebehoren wordt gerekend in gegaan te zijn heden en te zullen eidigen dan en wanneer zulks de huurder of verhuurder gelusten mits drie maanden voor dat eindigen elkander te waarschuwen, of ook dan ... etc.

(430) Heden den 6-12-1817 Compareerde voor Mr. Peter Steven Schull, Advocaat en openbaar Notaris in laatstgemelde qualiteit gepatenteerd in de vijfde Classe volgens acte uitgegeven van wegen het plaatselijk Bestuur der Stad Dordrecht den 26sten Junij 1817 Numero 90 en voor dezelfs mede ondergeteekende ambtgenoot insgelijks openbaar en behoorlijk gepatenteerd Notaris beijde resideerende te Dordrecht Landschap Holland Zuiderquartier.
De Heer Arnoldus Bauduin, koopman behoorlijk gepatenteerd en schipper op de Maas wonende te Groot Lith Landschap Noord Braband.
Dewelke bij deze erkende wel en deugdelijk schuldig te zijn aan en ten behoeven van de Firma van Van Os & Van den Enden, Zoutzieders te Dordrecht voornoemd en welke erkentenis door den Heer Cornelis van den Enden, hiermede comparerende in des voornoemden Firma's naam wordt geaccepteerd de Somma van f 962 Guldens dertig cents Hollandsch Courant spruitende ter zake van door gemelden heer Arnoldus Bauduin deugdelijk genoten en ten zijnen genoegen ontvangen Gelden en voor het passeren dezes aan hem in goed grofgangbaar, zilveren gemunt Geld aan getelde Penningen, zoo als hij zulks erkende bij deze.

(505) Heden den 28-4-1818 Compareerde voor Mr. Peter Steven Schull ... etc.
De heer Cornelis Van den Enden behoorlijk aanvraag hebbende gedaan om Patent als Zoutzider wonende te Dordrecht, ter Eenre en
De Heer Johannes Petrus Rees Van den Enden, Particulier deszelfs behuwd zoon ter andere zeijde - wonden insgelijks te Dordrecht.
Dewelke verklaarde te zijn overeengekomen als volgt en dienstvolgens erkende hij eerste Comparant.
Dat hij bij aankoop en overneming Eigenaar zijnde geworden van de Zoutkeet NOOIT GEDACHT en gevolgen te Zwijndrecht, als mede van den Handel in zout te voren gecanteerde hebbende onder de Firma van Van Os & Van den Ende blijkens Acte van Tranport, verleden voor den Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen en zijnen Ambtgenoot in dato den 1-4-1818 behoorlijk geregistreerd en van nu voortaan door hem voor zijnenRekening, en risico alleen zullende worden voortgezet onder de Firma van Van den Enden & Zoon blijkens de daarvan gedane annonces. En een blijk willende geven van zijn toegenegenheid en tevredenheid over zijnen Schoonzoon de Comparant ter andere zeijde welke reeds een geruimen tijd de mede-directie en werkzaamheden der voornoemde affaire in zout heeft waargenomen aan hem bij deze cedeert de helft in de winsten van den voornoemde Handel en Zoutraffinaderij op de volgende voorwaarden en Conditien:
Art. Een. Dat deze Helft zal gerekend worden te zijn ingegaan met den eerste April 1818.
Twee. Dat der Comparant ter Eenre zal zorgen voor de benodigde Penningen tot den voornoemden Handel & raffinaderij en jaarlijksch voor dat eenige uitdeeling van winsten of afschrijving van dezelve geschiedt zal genieten vier ten honderd van een kapitaal van Vijftig duizend Guldens.
Drie. Dat hij Comparant ter eenre alleen de handteekening der Firma van Van den Enden & zoon zal ..ren en ook daarvoor in solidum aansprakelijk is doch als hij aan den Comparant ter andere zeijde zal verlenen Notarieele Procuratie ten effecte dezes.
Vier. Dat hij staande dir Contract de voornoemde keet niet zal verkoopen of met anderen eenigen handel in Zout drijven En ook niet zal ophouden te werken dan wanneer de omstandigheden dit schijnen te gebieden en anders met consent van den Comparant ter andere zeijde.
Vijf. Dat hij jaarlijksch voor af aan den Comparant ter andere zeijde zal betalen en welke op de onkostenrekening zal gevalideerd worden in eens af een salaris van Een duizend Guldens.
En verklaarde de Comparant ter andere zeijde dat alzoo op de navolgende voorwaarden te accepteren:
Art. Een. Dat door hem alle werkzaamheden van wat aard ook aan de keet, den handel en het kantoor verknocth zullen worden waargenomen.
Twee. Dat bij overlijden van den Comparant ter eene de Comparant ter andere zeijde gehouden zal zijn de keet te naderen en de affaire in zout overtenemen met al deszelfs gevolgen zoo baten als schaden tegen eene Somma welker bepaling de Comparant ten eenre zich alsnoch reserveert edoch, dat indien deze bepaling tijdens het overlijden van den Comparant ter eenre niet blijkt dat alsdan maar ook dan eerst de geheele Massa der keets en zout affaire door twee onzijdig deskundigen zal worden gedralueerd; en welke op een of andere wijze bepaalde Somma op het eventueel erfdeel van den Comparant ter andere zeijde al worden verrekend.
Drie. Dat het aandeel der winsten hem Comparant ter andere zeidje competeerenede volgens opmaking der Balance en na aftrek der Intressen en Salaris in de affaire zal verblijven tegen den Intrest van vier ten honderd, edoch reserveert zich de Comparant ter andere zeijde het vermogen om over een derde ... etc

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1804 (notaris Stephanus van Dorsser, 1846)

No. 2408. In den Jare achttien honderd zes en veertig, den negenden September des voormiddags ten half twaalf ure
Heb ik Stephanus van Dorsser, Notaris in het vierde Arrondissement der provincie Zuid Holland, residerende te Dordrecht in tegenwoordigheid van Jilles Zahn Koffiehuishoudster en Jasper Freen, Stadsomroeper, beiden wonende te Dordrecht en aan mij Notaris bekend, als getuigen.
Ten verzoeke van den Heer Anthonius Nicolaas Bouvij, koopman, wonende te Dordrecht aan mij Notaris bekend, welke tot dat einde voor mij Notaris is gecompareerd ten deze als verkooper handelende krachtens het na volgende als:
Ten eersten Een Obligatie door Hendrik Evers, Scheeptimmerman, wonende te Arnhem en Dirk Evers, Scheepstimmerman, wonende onder de gemeente de Mijl, Krabbe en Nadort, den 27sten Junij 1840 voor den Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen, residerende te Dordrecht en getuigen ten behoeve van genoemden heer Bouvij gepasseerd, behoorlijk geregistreerd, groot in kapitaal primitif een duizend Guldens, doch thans per recto groot zeshonderd guldens, met hypothecair verband, op het daarbij opgemelde onroerend goed, en met bepaling onder anderen, dat wanneer de Debiteuren mogten in gebreken blijven, in de bepaalde aflossing en betaling van Intressen, op den tijd en te wijze bij de zelve etc, voor geschreven het kapitaal dadelijk en ...(?) zoude opvorderbaar zijn ..... etc.
En ten tweeden Een Exploit, door Jacobus van Maarseveen, Deurwaarder bij het kantongeregt te Dordrecht, wonende te Dordrecht ten verzoeke van gemelden Heer Bouvij van den Elfden Augustus 1846, behoorlijk geregistreert inhoudende tengevolge der gebrekkige aflossing van .... etc.
+
Uittreksel
Den 27sten Junij 1840, compareerden voor Julius Dominicus Schultz van Haegen, openbaar notaris in het ressort der arrondisements regtbank, te Dordrecht, provincie Holland, zuidelijk gedeelte, aldaar residerende in tegenwoordigheid van François Carlebur, spiegelmaker, en Joannes Kloppers, kleermaker, beide wonende binnen gemelde Stad, als getuigem hiertoe verzocht:
Hendrik Evers, Scheepstimmerman, wonende te Arnhem en Dirk Evers, scheepstimmerman, wonende onder de gemeente de Mijl, Krabbe en Nadort.
Dewelk erkend bij deze hoofdelijk onder afstand aan het voorregt van schuldsplitsing, wel en deugdelijk schuldig te zijn aan en ten behoeve van den Heer Antonij Nicolaas Bouvij, koopman, wonende binnen de Stad Dordrecht alhier tegenwoordig en deze schulderkentenis voor en ten behoeve van zich, zijne erven en regtverkrijgenden accepterende eene Som van Een duizend gulden, nederlandsch courant, spruitende uit deugdelijk geleende en bij de comparanten Debiteuren, zoo als zij erkende, bij het passeeren dezer acte in kontante spetie ontbangen gelden ... etc.

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1804 (notaris Stephanus van Dorsser, 1846)

No. 2412. In den Jare achttien honderd zes en veertig, den zestienden September des voormiddags ten half twaalf ure.
Heb ik Stephanus van Dorsser Notaris in het vierde Arrondissement der provincie Zuid-Holland residerende te Dordrecht, in tegenwoordigheid van den Heer Jacob Sipke, candidaat Notaris en Jillis Zahn, koffijhuishouder, beiden wonende te Dordrecht en aan mij Notaris bekend, als getuigen.
Ten verzoeke van den heer Anthonius Nicolaas Bouvij, koopman wonende te Dordrecht aan mij Notaris bekend, welke tot dat einde voor mij Notaris is gecompareerd, in zoodanige betrekking als vermeld is en in het breede staat omschreven in het proces verbaal van Veiling van natemelde onroerend goed, den negende September 1847 ten overstaan van mij Notaris en getuigen gehouden en verleden behoorlijk geregistreerd.
Mij vervoegd te Dordrecht, in het Nederlandsch Koffijhuis ten huize van Jilles Zahn, ten einde aldaar overtegaan tot de tegen heden aangekondigde afslag van natemeld onroerend goed.
Waarop door mij Notaris, aan de omstanders in gemeld Koffijhuis vergaderd, de voorwaarden, vervat in voormeld proces verbaal van veiling op welke ook deze Afslag zal plaats hebben, nader zijn kenbaar gemaakt, en vervolgende is overgegaan, tot de zelve afslag invoege als volgt.
Het Erfpachtrecht op een stuk grond, ingerigt tot Scheepstimmerwerf, gelegen noordwaarts van het Balkgat van den Hoog WelGeboren heer Jonkheer Jacob Cornelis Jantzon van Erffrenten van Capelle, buiten den Dijk van den Zuidpolder van Dubbeldam op de Nadort, onder de gemeente de Mijl, Krabbe en Nadort, begrenzende of strekkende van den buitenkant van de kruin van den voorschreven Dijk, noordwaarts tot aan de Rivier, belend aan de eene zijde met het Balkgat of Erfpachtgrond van voornoemden Heer Jantzon van Erffrenten van Capelle, en ten norodoosten de gemeente van Dubbeldanm op den perceepesgewijzen kadastrale legger, van de gemeente de Mijl, vooromende onder Sectie A Nommer 12 dijk weiland 28 Roeden 20 Ellen, met de daarop staande Scheepshellingen en gebouw.
Opgehanden op den Somma van Twee duizend gulden, deze zetprijs van vierhonderd Tien guldens daaronder begrepen en van daar afgeslagen zijnde tot op eene Somma van vier honderd tachtig Guldens, daarvoor gemijnd door Johannis Duppe, Scheepsslijter, wonende te Dordrecht aan mij Notaris bekend, welke mede alhier is gecompareerd en dadelijk verklaard heeft deze koop te hebben gedaan vaan hem zelven en voor Johannis Louwman, scheepstimmerman, mede wonende te Dordrecht en gemelde koop voor zich en voor denzelven Johannes Louwman heeft geaccepteerd dus f 480 ... etc
A.N. Bouvij, J. Duppe.

Uittreksel.
Den zeven en twintigsten Junij 1840 compareerden voor Julius Dominicus Schultz van Haegen, openbaar notaris in heet ressort der arrondissements regtbank te Dordrecht, provincie Holland, zuidelijk gedeelte, aldaar residerende, in tegenwoordigheid van François Carlebur senior, spiegelmaker, en Johannes Kloppers, kleermaker, beide wonende binnen gemelde Stad als getuigen hiertoe verzocht:
Hendrik Evers, scheepstimmerman, wonende te Arnhem en Dirk Evers, scheepstimmerman, wonende onder de gemeente de Mijl, Krabbe en Nadort.
Dewelke erkende bij deze hoofdelijk, onder afstand van het voorregt van schuldsplitsing wel en deugdelijk schuldig te zijn aan en ten behoeve van den Heer Antonij Nicolaas Bouvij, koopman, wonende binnen de Stad Dordrecht (alhier tegenwoordig in deze schuldbekentenis voor en ten behoeve van zich, zijne erven en regtverkrijgdende accepterende) eene som van Een Duizend gulden, nederlandsche courant, spruitende uit deugdelijk geleende en bij de comparanten Debiteuren zoo als zij erkende, bij het passeren dezer acte in kontante spetie ontvangen gelden ... etc.
Derzelver erfpachtsregt op en stuk, Buitengors gelegen noordwaarts van het balkgat van den Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Jacob Cornelis Jantzon van Erffrenten van Capelle buiten den dijk van den Zuidpolder van Dubbeldam, op de Nadort, onder de gemeente de Mijl, Krabbe en Nadort, beginnende of trekkende van den buitenkant van den kruin van den den voorschreven dijk noordwaarts tot aan de rivier, belend aan de eene zijde met het balk gat of erfpachtsgrond van Jonkheer ... etc.

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 1811 (notaris Stephanus van Dorsser, 1851)

No. 3700. Den Zesden Januarij 1851, compareerden voor mij Stephanus van Dorsser, Notaris in het vierde arrondissement der provincie Zuid Holland, residerende te Dordrecht, in tegenwoordigheid van Hendrik Franciscus Koevoets, kantoorbediende en Abram van de Munt, mandenmaker, beide wonende te Dordrecht en aan mij Notaris bekend, als getuigen.
Adriana van Geluk zonder beroep, beide van Pieter van Efferen
Nicolaas van Efferen, arbeider
en Geertrui van Efferen, zonder beroep
Alle drie wonende te Dordrecht en aan mij Notaris bekend
Derwelk verklaarde verkocht te hebben en dientvolgende bij deze in vollen eigendom aftestaan en overtedragen aan en ten behoeve van den heer Cornelis van Beek, zonder beroep, wonende te Dordrecht, welke mede comparerende en aan mij notaris bekend, verklaarde gekocht te hebben en alzoo in eigendom aantenemen De onverdeelde drie vierde gedeelten in een Erf en bleekveld met de daaropstaande opstand, gelegen te Dordrecht in de gemeente Dordrecht op den perceelsgewijzen kadastrale legger van 1549 erf 2 roeden 28 ellen, belend met den eigendom van Uittenbogaard aan de eene en met dien van van Zanten aan de andere zijde.
Den verkoopers aangekomen, te weten: aan Adriana van Geluk de helft uit hoofde van de tusschen haar en voornoemden haren man Pieter van Efferen, bestaan hebbende wettelijke gemeenschap van goederen; en aan Nicolaas en Geertrui van Efferen te zamen, een vierde gedeelte, als met hunne nog minderjarige zuster en broeder Pieternella en Pieter van Efferen, de eenige kinderen en erfgenamen van hunne Vader voornoemden Pieter van Efferen, gewoond hebbende en den 9de April 1849, ab intestato te Dordrecht overleden, door hem in huwelijk verwekt bij voornoemde Adrianan van Geluk; zijnde het voorschreve geheele erf en gevolgen, zoo als de verkoopers almde verklaarden, aan nu wijlen voormelden Pieter van Efferen, aangekomen, bij koop van de Erfgen amen van de weduwe Matthijs van Kooten, blijkens onderhandse akte van overdragt geteekend te Dordrecht den 2de Mei 1836, geregistreerd volgens kwitantie luidende: "geregistreerd te Dordrecht den 5de Mei 1836, deel 23 folio 117verso, vak 7 houdende twee bladen, zonder renvooij, ontvangen met de verkoping eene gulden tien en een halve vent. De ontvanger geteekend Van den Santheuvel"; en overgeschreven ten kantore der hypotheken te Dordrecht den zevende Mei 1836, deel 114, nommer 40 ...etc.;

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 2258

(No. 149) Den vijf en twintigsten October 1900 compareerde voor mij Dirk Woutherus Izaak Harshagen Notaris, resideerende te Dordrecht, in tegenwoordigheid van de heeren Cornelis Kasteleijn Candidaat-notaris, wonende te Dordrecht en Christophorus Maria Damen, notarisklerk, wonende te Zevenbergen, beiden als getuigen.
De heer Marinus Anthonius van Dooremalen, meester-schoenmaker, wonende te Dordrecht.
Die verklaard op heden te hebben ter leen ontvangen van en mitsdien wettig schuldig te zijn aan den Wel Edel Gestrengen Heer Willem Hendrik van Bilderbeek, Notaris en administrateur, wonende te Dordrecht, de Som van 1600 gulden, Nederlandsch geld.
Deze geldleening is volgens verklaring van den comparant-schuldenaar gescheid onder de volgende voorwaarden:
Van de voormelde ter leen ontvangen som zullen door den schuldenaar interesse worden betaald, berekend tegen vier ten honderd (4%) in het jaar ingegaan den eersten October dezes jaars ...

Een huis en erf met open plaats staande en gelegen te Dordrecht aan de Gravenstraat F. nummer 670 ter grootte van 28 centiaren.
Hem aangekomen blijkens processen-verbaal van veiling en afslag den zesden en dertiende September dezes jaars door en ten overstaan van den te Dordrecht resideerenden notaris Nicolaas Pieter Jongkindt opgemaakt en gehouden, bij afschrift overgeschreven ten hypotheekkantore te Dordrecht den 15 october daaraanvolgende in deel 528 nummer 59.
Verklarende de ....

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 2701 (notaris Bartholomeus Kuipers, 1933)

Den zesden juni 1933 compareerden voor mij Bartholomeus Kuipers, Notaris, resideerende te Dordrecht, in tegenwoordigheid van de Heeren:
Hendrik Nicolaas Groenier, candidaat-notaris en Aart Flach, kantoorbediende, beiden wonende te Dordrecht, als getuigen,
de Heer CORNELIS EEUWIJK, machinist, wonende te Dordrecht, ter eene zijde, en
de Heer ANTHONY GERRIT JAN DE MORÉE, kantoorbediende, wonende te Dordrecht,
die verklaarde te verschijnen: al mondeling gemachtigde van de Heeren:
Jacques André Houbolt, rentmeester;
Wouter de Ioncheere, particulier;
Theodorus Cornelis Vriesendorp, onder-directeur van "De Dordrechtsche Onderlinge Credietvereeniging N.V."
Frans van Herwijnen, hoofdbedienaar der Begrafenisvereeniging;
Matthijs Kleijn, hoofdbedienaar der Begrafenisvereeniging;
Marinus Anthonius van Dooremalen, schoenmaker; en
Coenraad Veenstra, administrateur, allen wonende te Dordrecht,

tezamen vormende het College van beheerder van- en als zoodanig vertegenwoordigende de te Dordrecht gevestigde Stichting, genaamd: "Het ondersteuningsfonds ten behoeve van hoofdbedienaars en bedienaars eerste klasse der Naamlooze Vennootschap Begrafenisvereeniging, gevestigd te Dordrecht", welke stichting in deze acte zal worden genoemd "Het ondersteuningsfonds" ter andere zijde.
De comparant ter eene zijde erkende ter leen ontvangen te hebben - van mitsdien wettig schuldig te zijn aan "Het ondersteuningsfonds" voornoemd, een som van VIER DUIZEND GULDEN, Nederlandsch geld, welke schuldbekentenis met na te melden hypotheekstelling en verdere daartoe betrekkelijke verbintenissen, de comparant ter andere zijde, voor en ten behoeve van "Het ondersteuningsfonds" verklaarde aan te nemen.
De comparanten, in privé en kwaliteit als voorschreven, verklaarden, dat zij terzake van deze geldleening waren overeengekomen:
a. Voorschreven schuldig erkende som zal niet vroeger opeisch- en aflosbaar zijn dan zes Juli 1934, na voorafgaande schriftelijke waarschuwing van minstens drie maanden;
b. Vanaf dien datum zal de hoofdsom te allen tijde opeisch- en aflosbaar zijn, doch niet anders dan na gelijke voorafgaande schriftelijke kennisgeving; c. De schuldenaar zal van de verschuldigde hoofdsom een interest betalen, berekend tegen vijf ten honderd in hat jaar, ingaande heden en te voldoen in halfjaarlijksche termijnen, op zes januari en zes juli van ieder jaar, voor het eerst zes Januari 1934;
d. De schuldenaar zal betalen in Nederlandsch wettig betaalmiddel. Indien en zoolang de Nederlandsche gulden te eeniger tijd ten opzichte van de munteenheid in één of meer Staten van Europa of van eenig ander werelddeel minder waarde zal hebben dan op een Januari 1913 het geval was, dan is de hoofdsom en alle verschuldigde rente, zonder voorafgaande waarschuwing in één som opeischbaar.
Het Ondersteuningsfonds heeft steeds het recht, betaling aan aflossingen en óf renten te verlangen ... etc.

... alsmede, al hetgeen het Ondersteuningsfonds eventueel meer zal kunnen vorderen, krachtens het sub d overeengekomen, begroot op 40.000 gulden, verklaarde de comparant ter eene zijde, ten behoeve van het Ondersteuningsfonds recht van Eerste Hypotheek te verleenen op:
- Twee dubbele woonhuizen, staande te Dordrecht, aan de Standhasenstraat, plaatselijk geteekend 6 en 8, met het erfpachtsrecht van den onder- en bijgelegen grond, vormende zoodanige afgepaalde gedeelten, elk groot ongeveer twee aren, 49 centiaren, alsmede een onverdeeld twee/dertiende aandeel in een perceel onbebouwde gang, gelegen tusschen de perceelen Standhasenstraat 12 en 14, vormende een zoodanig afgepaald gedeelte, groot ongeveer 39 c.a. van het kadastrale perceel Gemente Dordrecht Secite N nommer 1417, als door den onderzetter is verkregen, ingevolge acte van transport, ehden voor mij, notaris verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore te Dordrecht, op heden in deel 862 nommer 108;
zooals een en ander bij laatstgemelde acte breeder is aangeduid en na kadastrale opmeting ten name van den onderzetter zal worden gesteld.
Verklarende de comparant ter eene zijde, dat het verbondene is vrij en onbezwaard, dat het ook niet wegens daartoe bestaande verplichtingen kan bezwaard worden en dat hij, als eigenaar, de volle en onvoorwaardelijke beschikking over hetzelve heeft ... etc.
Waarvan acte in minuut.
Verleden te Dordrecht, ten kantore van mij, notaris, aan de Groenmarkt nommers 6/8, ten tijde in het hoofd dezer gemeld, in tegenwoordigheid van voornoemde getuigen, die evenals de comparanten aan mij, notaris bekend zijn.
En is deze minute onmiddellijk na voorlezing onderteekend door de comparanten, de getuigen en mij, notaris.

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 2335 (notaris Krijn Hoogeveen, 1909)

(3439) Heden den 20-4-1909 is voor mij Krijn Hoogeveen, Notaris ter standplaats Dordrecht, in tegenwoordigheid van de na te noemen getuigen, verschenen: Mevrouw Pieternella Adriana Francina Brandt, zonder beroep wonende te Dordrecht, echtgenoot van den Heer Johannes Cornelis Schotel aan mij Notaris bekend; die aan mij Notaris, de navolgende beschikking van uitersten wil zakelijk heeft opgegeven, welke ik, volgens hare opgaaf, in duidelijke bewoordingen heb opgeschreven gelijk volgt: Ik herroep en vernietig door en bij deze alle testamentaire of andere akten van uitersten wil, welke ik voor dato dezes heb gepasseerd. Ik maak en legateer aan mijnen ehctgenoot den heer Johannes Cornelis Schotel alle de onroerende goederen alsmede alle de meubilaire en verdere lichamelijke roerende goederen, behoorende tot den gemeenschappelijken boedel van mij en mijnen gezegden echtgenoot, welke bij de scheiding en verdeeling der tusschen ons bestaande gemeenschap aan mijne rechtverkrijgenden zullen worden toebedeeld ... etc (get. Hermanus Donker, adspirant candidaat notaris en Adrianus Kes, notarisklerk)

Regionaal Archief Dordrecht, toegang 20, inventarisnummer 2336 (notaris Krijn Hoogeveen, 1910)

(3657) Heden den 6-5-1910 is voor mij Krijn Hoogeveen, Notaris ter standplaats Dordrecht, in tegenwoordigheid van de na te noemen getuigen, verschenen: Mevrouw Pieternella Adriana Francina Brandt, zonder beroep wonende te Dordrecht, zonder beroep, echtgenoot van den Heer Johannes Cornelis Schotel, aan mij Notaris bekend; die aan mij Notaris de navolgende beschikking van uitersten wil zakelijk heeft opgegeven ...

Laatst gewijzigd: mei en juli en september 2016. (foto's: R. Slagter)