Aanmelden | Contact
Zoeken

450 JAAR HANDEL IN ZOUT TE DORDRECHT 1570-1920


Samengesteld door historica/schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser (Papendrecht 2015)
E-mail: k.blokland87@upcmail.nl; website: http://blokland.dordtenazoeker.nl.


4. DE KEETVROUWEN /BIJ DE ZOUTKETEN IN ZWIJNDRECHT / HENDRIK IDO AMBACHT/OOSTENDAM (Archief 181 /SAD)


Bijzonder is dat het zware werk bij een Zoutkeet en het Zoutzieden, veel van het werk door vrouwen werd gedaan KEETVROUWEN genoemd
In 1595 wordt in Dordrecht melding gemaakt van ,t SOUTWIJFF op 12 december 1595 wordt CLEYS ,T SOUTWIJFFSSOON begraven in de Nieuw kerk te Dordrecht. De Keetvrouwen hadden op het terrein hun eigen Keethuis en waren gescheiden van het andere Keetvolk.
Het waren de Keetvrouwen die dag en nacht in de Ziedpannen stonden te roeren met grote houten lepels gekleed in lange bruine broeken, bij extreem hoge temperaturen, veel rook en vaak in de koude tocht ,s nachts werd gewerkt bij het licht van snuiters.
Zij sleepte ook de manden met nat Zout naar de Dennen (droogruimten) voerden de manden met turf aan voor het vuur, zij droegen met gemak zakken van ca 200 kg Zout.
Keetvrouwen verdiende f 2,- per week, als zij ziek was en iemand moest haar vervangen moest zij f 3,- betalen.
Voor het rapen van 100 tonnen turf op een dag verdiende zij 8 stuivers.
(Je vraagt je af hoelang hielden deze vrouwen dit werk vol en waarom werd dit zware werk door vrouwen gedaan?)

(c) Papendrecht H.W.G. van Blokland-Visser, januari 2016 / november 2018.