Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: akten stads krankzinnig- en beterhuis ('het Blauwhuis') 1761-1786


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 22 Geneeskundig gesticht voor krankzinnigen, voorheen het Stads krankzinnig- en beterhuis geheten
Inventarisnummer: 483 1761-1786 (Akten waarbij door de daartoe bevoegde autoriteiten machtiging wordt verleend tot het opsluiten, het verlengen van de opsluiting of het ontslaan van patiënten)

(titel stapel 1) 1e Pacquet - Appoinctementen en Resolutien van Confinement van binnen de Stad lopende van 1763 tot 1794 incl. voor het Krankzinnig en beterhuis.


16-08-1767 Willem Dirksz. van Es, ontslagen 7 november 1768


(met rode lakzegel) Diaconen van Stolwijk
Schout en Gesworens van Stolwijk gesien en geexamineert hebbende de hier aan geannexeerde Requeste van Huijbert van Dam, en Arij de Ruijter, in qt. als Diaconen van Stolwijk, en als Speciaal geauthoriseert, en gequalificeert van de verdere leden der Kerkenraad van Stolwijk voornt: met de daar aan geannexeerd Attestatie, off Verklaringh, en geleth hebbende op 't versoek door de Supplianten bij gemelde Requeste gedaan, authoriseren, en qualificeren de Supplianten in hunne qualiteijt, voor zoo verre ons Schout, en Gesworens is aangaande en betreffende, omme Willem Dirksz. van Es, bij provisie te mogen detineren en te doen brengen, en bewaren, in een tugt off beterhuijs, ter plaatse daar het haar Supplianten, en de verdere Leden des Kerkenraads beste zullen oordeelen te behooren. Actum ter Regtkamere van Stolwijk den 13e Augustus 1767. Ter ordonn. van deselve Leendert Boer, Secrets.

(Diaconen van Stolwijk) Aan de Ed:e Agtb: Heeren Schout en Gesworens van Stolwijk.
Geven met schuldigh respect te kennen Huijbert van Dam, en Arij De Ruijter, in qt. als Diaconen van Stolwijk, en als Speciaal geauthoriseert en gequalificeert van de verdere leden der Kerkenraat van Stolwijk voornt. Dat eenen Willem Dirksz van Es Litmaat der gereformeerde gemeente, en geboortigh uijt Beijerse onder dese Jurisdictie van Stolwijk all eenige tijt gelegen volgens het getuijgenis zijner buuren, Zoo bij zijn zinnen niet en is geweest, als Welbevorens, deselve Zinneloosheijt op voorleden Zondagh den 9e deser Maant Augustus tot Zoo Verre is uijtgeborsten, dat hij Willem Dirksz van Es, als geheel Zinneloos bij de Wegh heeft geloopen, roepende, en schreeuwende Ik sal se vermoorden. Ik hebbe Vrijheijt toe, Ik heb een Vrijheijt hier agter leggen, laat de Bailliuw van Dort maar komen, Ik daagh hem uijt, en eerder met meer andere diergelijke woorden alles onder Schrikkelijke, en ijsselijke Vloeken,
Dat de zonneloosheijt van de voorn. Willem Dirksz. van Es niet aff, maar van tijt, tot tijt toenemende denselve op Dingsdagh den 11e deser maant Augustus Weder als geheel zinneloos langs de Wegh heeft geloopen Schreeuwende, en roepende Zoo luijden dat het de menschen die wel een quartier uurs van hem aff in 't Veld waren konde horen, roepende, daar moet gemoort, en gebrant worden, Je moet na de hell, en die molen moet branden, dat de gebuuren kan de Toom Willem Dircksz van Es voor onheijlen en ongelukken Vreesende met den anderen hadden geresolveert om alle ongelukken voor te komen denselven Willem Dircksz van Es op voorleden dingsdag te binden en in zijn huijs te bewaren gelijk alles nader en wijdloopiger te zien is in hier aan geannexeerde attestatie off verklaringe door Vijff gebuuren van Willem van Es gegeven en onderteekent op den 13e Meij 1767 en waar toe alhier word gerefereert.
Dat de Supplianten, in hunne qualiteijt gehouden en Verpligt zijn den voorn: Willem Dirksz. van Es, dewijle den selve een arm, en behoeftig man is, te alimenteren, en onderhouden dogh dat Sij Suppliante daar toe geen beter Weg kunnen uijtdenken (dewijl desselfs zinneloosheijt is aanhoudende, ende gebuuren die den selven dus gebonden in zijn huijs tot nu toe bewaart hebbe zulx moede wordende) dan den voorn. Willem van Es te detineren, en te doen rebngen en bewaren in een tugt, off beterhuijs, ten eijnde door denselven geen ongelukken Zoo van Brand, moort, ofte iets anders geschieden, Zoo keeren de Suppl.te zigh tot UEd. Agtb: hun Supplianten, in hunne qualit. gelieven te authoriseren, en qualificeren om den voorn. Willem Dirksz van Es te moge detineren, en te doen brengen en ebwaren in een tugt, off beterhuijs, tot plaatse daar het haar Supplianten en de verdere Leden des Kerkeraads best zullen oordeelen te behooren.
'T Welk doende &a. Huijbert van Dam, Ari De Ruijter.

(Diaconen van Stolwijk) Wij ondergesz: Johannis Ariense, Fop Capteijn, Dirk van Baren, Aart Kroon, en Hendrik de Vrij, alle van Competenten ouderdom, wonende in den Agterbroek, onder Berkouwde, en gebuuren van Willem Dirksz van Es, aldaar mede woonagtigh Verklaren ter requeste van Diaconen van Stolwijk waar, en waaragtigh te wesen, dat (na dat wij alvorens welgemerkt hadden, dat de voorn. Willem Dirksz van Es Zoo bij zijn Zinnen niet en was als wel bevoren) wij hebben gesien dat op Sondagh den 9e deser maant Augustus den voorn: Willem Dirksz. van Es als geheel Zinneloos langs de wegh heeft geloopen,
Dat ik derde deposant Dirk van Baren denselven Willem Dirksz van Es als doen heb hooren zeggen, en uijtschreeuwen Ik sal se vermoorden, Ik hebber Vrijheijt toe, Ik heb een Vrijheijt hier agter leggen, laat de Bailliuw van Dort maar komen, ik daagh hem uijt, mij vragen Dirk Weet je Wel datter gemoort, en gebrant moet worden Zeggende verder ik doe mirakelen, en een Vork daar een steel aan was wel kan zes voeten langh aan de wegh voor sijn huijs geset hebbende, Zoo zeijde hij, laatse nu maar komen, met die off diergelijke woorden in substantie, en dat alles onder Schriekkelijke Vloeken.
Dat ik Vijfde depoant Hendrik de Vrij denselven Willem Dirksz van Es op dato voors. hen hooren zeggen, en uijtroepen, hoor, hoor, hoe staat den Domme van Berkouw te babbelen, haalt hem maar hier, Ik sal een Snijthaak namen, en hakken zijn kop van zijn ziel, ik tel niemant in de Wereld niet ol tel de Bailliuw van Zuijtholland niet, dat hij hiet quam en ik hadde een Swaart, ik sloegh hem daar mede de kop aff, met die, off diergelijke Woorden in Substantie en dat alles mede onder Schrikkelijke Vloeken,
Dat ik Vierde deposant Aart Kroon ten selven dage den voorn. Willem Dirksz van Es, mede heb hooren Zeggen, hoe hadt den Domme van Berkouw te babbelen,, dat ik hem hier hadden, Ik hakte hem de kop af, ik tell de Bailliuw niet; Dat eerste deposant Johannes Ariense ten selven dage den voorn: Willem Dirksz van Es op de Wegh bij zijn huijs heb zien stan, en hooren uijtroepen, en met opstekingh van zijn Vuijst, Bailliuw kom maar hier, en brengt een swaart mede, ik tege niet, ik salje de kop van je ziel hakken, en dat niet eens, maar verscheijde malen, alle met ijsselijke Vloeken;
Dat wij tweede, derde en Vierde deposanten Fop Capteijn, Dirk van Baren, en Aart Kroon, ten selven dage hebben gesien, en gehoort, dat den deposant Fop Capteijn als Diaken van Berkouw met sijn mede Diaken, Paulus Kapteijn, zijn gekomen ten huijse van de voorn . Willem Dirksz van Es, om te sien off'er eenige onderstant noodigh was, dat Sij deposanten in huijs gekomen zijnde en den diaken Fop Capteijn jegens denselven Willem van Es goeden dagh gesegt hebbende, en gevraagt hoe hij Voer daarop gen antwoort heeft gekregen dat denselven Willem van Es, den huijs uijtgeloopen zijnde, heeft gehaalt een ijser langh ontrent 3 1/2 Voet, en die ontrent een duijm over 't kruijs, dat hij daar mede op haar is komen aanloopen, en opgehoft, om Paulus Kapteijn daar mede te slaan waar op Paulus kapteijn toeschietende, hem aangreep, en vasthiel met hulp van den deposant Fop Capteijn, dat daar op Willem van Es roep, en schreeuwde, geeft mijn maar een mes, Ik sal se de kop af snijden, en nogh ander maal geeft mijn een houmes, Ik sal se de kop aff hakken, en dat alles onder Schrikkelijk, en ijsselijke Vloeken;
Wijders verklaren wij deposanten gesamentlijk, dat wij op Dingsdagh den 11e deser maant Augustus hebben gesien, en gehoort dat de zinneloosheijt van den voorn. Willem Dirksz van Es niet aff, maar toenam, en dat denselven langhs de wegh liep schreeuwen, en roepen, en dat wel Zoo luijden dat het de menschen die wel een quartier uurs van hem aff in 't veld waren denselven konde hooren, dat wij deposanten voor ongelukken en onheijlen keesende, dewijl (een zinneloose niet veel te betrouwen is, met onse verdere gebuuren, om alle onheijlen, en ongelukken voor tekomen hebben geresolveert, denselven Willem Dirksz van Es te vinden, en Zoo gebonden in Sijn huijs te bewaren, gelijk wij dan ook 't selve hebben gedaan, en in 't werkt gestelt.
den deposant Dirk van Baren, Verklaare als doen nogh gehoort te hebben, dat Willem Dirksz van Es langs de Wegh loopende, riep, daar moet gemoort, en gebrant worden, je moet na de hel, en die molen moet ook branden,
gevende wij deposanten voor reden en van wetenschap als in den text, presenteren de alle 't selve, des noods, en versogt zijnde met solemneele Eede te bevestigen.
Actum Stolwijk den 13e: Augustus 1767.
Johannis, Arijense, Fop Captijn, Dirk van Baren, Aart Kroon, Hendrick de Vrij.

[met rode lakzegel] (Voor Diaconie van Stolwijk) Schout en Gesworen svan Stolwijk, gesien, en geexamineert hebbende, de hieraan geannexeerde Requeste van Arij De Ruijter, en Frans van Dam in qual.t als Diaconen van Stolwijk, en als Speciaal geauthoriseert, en gequalificeert van de verdere leden der Kerkenraadt van Stolwijk voornt. mitsgrs. gesien, en geëxamineert hebbende het declaratoir van De Heer C: Brender à Brandis als Rentmeester van Stads Krankzinnigh, en Beterhuijs der Stadt Dordregt, in dato den 1e October 1768 daar aan annex, en geleth hebbende op 't versoek door de Supplianten bij gemelde Requeste gedaan, authoriseren, en qualificeren de Supplianten, in hunne qualiteijt, voor Soo Verre ons Schout, en Gesworens is aangaande en betreffende, omme de persoon van Willem Dirksz van Es uijt sijne detentie, en bewaring te mogen doen ontslaan.
Actum ter Regtkamer van Stolwijk den 7e November 1768. Ter ordonn. van deselve Leendert Boer, Secrets.

(Voor Diaconen van Stolwijk) Aan de Ed:e Agtb: Heeren Schout, en de Gesworens van Stolwijk.
Geven Reverentelijk te kennen Arij de Ruijter, en Frans van Dam, in qte. als Diaconen van Stolwijk, en als Speciaal geauthoriseert, en gequalificeert van de verdere leden der Kerkenraad van Stolwijk voornt. dat Sij Supplianten, op den 13e Augustus 1767 bij Requeste van UEd:e Agtb: hebben geobtineert authorisatie omme eenen Willem Dirksz. van Eswegens desselfs zinneloosheijt bij provisie te detineren, en te doen brengen, en bewaren in een tugt, off beterhuis, Dat Sij Supplianten daar op gemelden Willem Dirksz van Es, hebben doen brengen in het Krankzinnigh, en Beterhuijs te Dordregt, Dat denselven eenige tijt daar geseten hebbende, desselfs zinneloosheijt merkelijk is gebetert, en van tijt tot tijt vermindert, tot Zoo verre, dat denselve Willem Dirksz. van Es Zigh geduurende eenige tijd zeer wel heeft gecomporteert, Sonder ietwes aan hem te kunnen bespeuren van gekheijt, off quaadaartigheijt, en dat den selven zigh thans in die Staat is bevindende, dat denselven uijt Sijn Confinement zoude kunnen werden ontslagen, volgens het deClaratoir door den Rentmeester van het Stads Krankzinnigh, en Beterhuijs der Stadt Dordregt daar van aan hun Supplianten verleent, en ten desen annex.
Waeromme zij Suppl.ten dan ook Zig zijn keerende tot UEd. Agtb. ootmoedigh versoekende dat UEd. Agtb. hun Supplianten in hunne qualiteijt gelieven te authoriseren en qualificeren, omme den voorn. Willem Dirksz van Es uijt sijne detentie, en bewaringh te mogen doen ontslaan.
T Welk doende &a Ari De Ruijter, Frans van Dam.

Declarere ik ondereschreve als Rentmeester van stads Krankzinnig en Beterhuijs, dat den Persoon van Willem Dirksz van Es zig gedurende eenig tijdt zeer wel hefft gecomporteert Sonder ietwes aen hem te kunnen bespreuren van gekheid off kwaadaertigheid, en mitsdien dat den zelven zig thans in die staat is bevindende, dat denzelven uijt zijn Confinement zoude kunnen worden ontslagen.
Actum Dordreght den 1e October 1768. C: Brender a Brandis.

[VOORKANT] Ingekomen den 16e Augustus 1767 onder Conditie dat s Jaarlijks voor hem zal worden betaalt
Voor mondkost Coffie en thee f 110:-:-
Gebruijk van Beddengoed f 10:-:-
Voor Raseerloon f 2:-:-
Voor klederen, reparatie volgens Reekening te vinden fol. 76
Ontslagen bij appoinctement in dato den 7e November 1768.

Laatst gewijzigd: januari-februari-maart 2015 / december 2016.